Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 167

2 minuten leestijd

NUCLEÏNEZUREN

135

alleen in staat zijn zich zelf te reproduceren, doch ook het vermogen bezitten tot synthese van soort-specifieke eiwitten. Algemeen wordt aangenomen, dat dergelijke soort-specifieke verbindingen geproduceerd worden onder invloed van specifieke genetische determinanten, in dit geval het nucleïnezuur van de phaag. De hierbij optredende, meer gedetailleerde chemische processen, zijn weliswaar nog lang niet volledig opgelost, maar toch bestaan sterke aanwijzingen, dat het desoxyribonucleïnezuur van een infecterende T-coliphaag zich als een genetische eenheid gedraagt en daarbij domineert over de genen van de gastheer. In de natuur komen twee typen nucleïnezuren voor, de desoxyribonucleïnezuren (DNA) en de ribonucleïnezuren (RNA). Alle zichzelfreproducerende of eiwit-synthetiserende eenheden, evenals de virussen van planten en dieren zijn opgebouwd uit nucleoproteïnen. Terwijl de dierlijke virussen zowel RNA, DNA of beide tegelijk kunnen bevatten, wordt in de plantaardige virussen uitsluitend RNA aangetroffen. Hoewel het RNA-gehalte van verschillende virussen sterk kan variëren — er zijn waarden van 6 tot 35 % aangetroffen — is aangetoond, dat ook hier het nucleïnezuur de substantie is, waardoor de vermenigvuldiging van het virus geregeld wordt, evenals bij de DNA-bevattende T-coliphaag. Bij onderzoekingen met het tabakmozaiekvirus werd gevonden, dat chemische veranderingen van het eiwitgedeelte weinig of geen invloed op de activiteit van het virus uitoefenen en zelfs kon een gedeelte van het eiwit verwijderd worden, zonder de activiteit van het virus ernstig te schaden. Gierer en Schramm verwijderden kort geleden het eiwit geheel en hoewel slechts zwak, bleek het achtergebleven gedeelte nog steeds infectious voor tabaksplanten te zijn. Zeer waarschijnlijk vervullen de nucleïnezuren een essentiële functie bij de eiwitsynthese in iedere levende cel.

Chemische structuur van de

nucleïnezuren

Wanneer nucleïnezuren door behandelen met zuur of alkali of langs enzymatische weg aan een hydrolyse worden onderworpen, ontstaan steeds eenvoudiger verbindingen. Eerst splitst het nucleïnezuurmolecule zich in een grote hoeveelheid nucleotide moleculen. Vervolgens geeft ieder nucleotide molecule een nucleoside en een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's