1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 153
CONSERVATISME EN PROGRESSIVITEIT IN DE CHEMIE
125
blijken echter steeds meer vermeende tegenstellingen tussen organische en anorganische chemie weg te vallen. Het zou daarom juister zijn, wanneer men opmerkte, dat zowel de anorganicus als de organicus moet leren fysisch te denken.
Is nu met het voorgaande betoog op het probleem van conservatisme en progressiviteit in de chemie een afdoende antwoord gegeven? Is de progressie van het wetenschappelijk onderzoek zonder meer verzekerd, wanneer de onderzoeker open staat voor alle resultaten, die het onderzoek op zijn gebied oplevert, en er een vruchtbare wisselwerking bestaat tussen onderzoekers van verschillende terreinen van dezelfde vakwetenschap? Heeft de levensbeschouwing met deze progressiviteit niets te maken? Wanneer wij de ontwikkeling van de natuurwetenschappen in de vorige eeuw overzien, dan blijkt daaruit toch duidelijk, dat wetenschap beoefenen toch niet louter een kwestie van experimentele feiten en beschrijving is. De gehele negentiende eeuw heeft men in de organische chemie gewerkt met een theorie, waarvoor geen enkele directe experimentele grond was. Velen hebben geloofd in de atomistiek, anderen hebben haar met kracht verworpen. Hadden deze laatsten gelijk, omdat zij zich niet aan een voor-onderstelling wilden binden? Integendeel, ook zij zetten kracht bij aan hun standpunt door een nieuw beginsel te propageren: het energisme. Werd door Engels de vermeende scheiding tussen chemie en fysica niet als uitgangsspunt voor zijn natuurfilosofie aanvaard? En was de materialistische wereldbeschouwing van de vorige eeuw niet de geloofsbelijdenis van vele ontkerstende natuuronderzoekers? Maar, zult U opmerken, die tijd ligt ver achter ons en de moderne fysica heeft al deze vooronderstellingen als onnodige ballast overboord geworpen. Voor haar gelden slechts de feiten. Ongetwijfeld is veel hiervan waar, doch niet alles. Het fysisch positivisme, dat veel aanhangers heeft onder fysici en chemici, wil slechts als realiteit aanvaarden wat zintuigelijk, hetzij direct, hetzij door tussenkomst van het instrument, gegeven is. Doch daardoor moet het tevens tot de erkenning komen, dat het gehele gebouw der natuurwetenschap louter vrucht is van het menselijk denken. Het is geen wonder dat een dergelijk rationalisme in onze tijd gemakkelijk ontaardt in pragmatisme, zoals we dat vooral in de Verenigde Staten sterk vertegenwoordigd zien. Dan komt men licht tot de opvatting: alles is geoorloofd, wanneer het maar zijn nut heeft. Wanneer men de Amerikaanse fysische en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's