1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66
50
A. A. MANTEN
niet aan de verloving een eind moeten maken? Had hij de liefde voor dit meisje in zijn hart moeten begraven en vergeten? Of had het meisje de verbintenis moeten verbreken? Had ze ongetrouwd door het leven moeten gaan? Of ook: had de arts in dit geval de bevoegdheid moeten bezitten het huwelijk te verbieden? Mogelijk zelfs het meisje moeten voordragen voor sterilisatie? Want de jonge mensen, die het advies van een derde eerst niet wilden volgen, zullen voor hun gebrekkige kinderen niet aarzelen een aanslag op anderen, op de gemeenschap te doen, om hen te verzorgen. Is een absoluut individualisme in vragen over huwelijk en gezin wel houdbaar? Hier geraken we aan een zeer moeilijk en nog te weinig doordacht probleem. Immers aanvaarding brengt mee, dat wij het voor ons geweten verantwoord achten aan anderen het huwelijk of het ouderschap te onthouden. Hier gaat de levens- en wereldbeschouwing meespreken. De roomskatholiek zal hier anders over oordelen dan de protestant, en deze weer anders dan de niet-kerkelijke. We zullen daarom eerst het roomskatholieke en een humanistisch standpunt in het kort bezien, om daarna zelf, als gereformeerd protestant, te trachten deze kwestie van protestantse zijde te belichten, hierbij echter geenszins pretenderende DE protestantse mening weer te geven. Het rooms-katholieke standpunt De roomse kerk leert dat het huwelijk een goddelijke instelling is, die primair is gericht op het ordelijk voortbestaan van het menselijk geslacht, alle andere doeleinden zijn hier wezenlijk aan ondergeschikt; zij heeft het huwelijk tussen twee gedoopten tot sakrament verheven en leert het recht van ieder mens om te trouwen. „Zonder twijfel staat het een ieder bij de keuze van een levensstaat volkomen vrij aan één van de twee de voorkeur te geven ofwel de raad van Jezus Christus omtrent de maagdelijkheid op te volgen, ofwel zich te verbinden door de band van het huwelijk. Geen enkele menselijke wet kan de mens het natuurlijke en primaire recht om te huwen ontnemen, of hoe dan ook een beperking opleggen aan het hoofddoel van het huwelijk, dat door Gods gezag in den beginne werd vastgesteld, toen Hij zeide: „Groeit aan en vermenigvuldigt U" i). De roomse kerk heeft waardering voor het doel der eugenetica: „de gezondheid en de fysieke welstand van het toekomstige kind te verze1) Encycliek Rerum Novarum 15 mei 1891.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's