Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 259

2 minuten leestijd

NORM EN NORMALITEIT IN DE PSYCHIATRIE

211

Het is mijn bedoeling in een tweetal artikelen deze problematiek in het kort te omschrijven en te trachten tot enkele conclusies te komen, die zowel vanuit practisch als vanuit theoretisch oogpunt beschouwd, van belang kunnen zijn.

Het is niet een uiting van een willekeurig woordgebruik dat in de titel gesproken wordt van norm en normaliteit. Ik meen dat het reeds nu zin heeft deze beide begrippen wat nader uit elkaar te halen. Hoewel uit de aard der zaak in beide woorden een verwante problematiek doorschemert, meen ik toch dat beide een verschillend probleemgebied raken. De medicus bevindt zich sedert jaren met zijn werk op een terrein dat zowel grenst aan de geesteswetenschap als aan de natuurwetenschap. Hoewel sommige medici zich vooral verwant voelen met de natuurwetenschappelijke werkwijze en gedachtengang, is het toch onmiskenbaar zo, dat, zodra men met de mens in zijn volledige realiteit in aanraking komt, tal van vragen opduiken die een meer geesteswetenschappelijk karakter dragen. Het betreft hier vooral vragen van de zogenaamde waardenleer, waarbij met name het oog valt op waarden van sociale, ethische, psychologische en religieuze aard. Men kan met zijn medemens, en dit geldt a fortiori voor de verhouding van de arts met zijn patiƫnt, niet op een werkelijk menselijke wijze in contact komen wanneer het oog niet gescherpt is voor tal van geestelijke waarden van allerlei aard. Geldt dit laatste reeds voor elke medicus, zeker geldt dit nog in sterkere mate voor de psychiater, die immers in zijn werk voornamelijk in contact komt met mensen bij wie juist een belangrijk gedeelte van de problematiek op de een of andere wijze verweven is met deze waarden. De waardenleer heeft dan ook een bijzonder belang voor de psychiater. Het is echter wel zo dat de medicus vanuit zijn sterk natuurwetenschappelijk gerichte opleiding zich slechts zelden afvraagt of wellicht deze waardenleer ook nader aan een critisch wetenschappelijk onderzoek kan worden onderworpen. Vele medici hebben een instelling ten opzichte van deze problemen, die traditioneel en behoudend genoemd kan worden. Zij hebben zonder meer de waardenleer van hun maatschappelijke omgeving overgenomen en voelen niet de behoefte in zich om over deze problemen op de een of andere wijze na te denken. Voor de psychiater is deze geesteshouding minder gemakkelijk vol te houden, aangezien hij vanuit zijn werk en het contact

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's