1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 67
EUGENETICA
51
keren" ' ) . Geneeskundig onderzoek vóór het huwelijk acht zij aanvaardbaar, eventueel zelfs wenselijk. Ook periodieke en absolute onthouding om eugenetische motieven kan zij aanvaarden, sterilisatie wijst zij echter resoluut af, omdat zij het fundamenteel recht van d e mens op psycho-somatische integriteit aantast en aan de mens de potentie een nageslacht voort te brengen ontneemt. „Alleen, wanneer het onmogelijk is op andere manier voor het welzijn van het gehele lichaam te zorgen" 2), mag iemand bij zichzelf sterilisatie laten toepassen. Verder h e b b e n d e individuen geen macht over hun eigen ledematen „dan die welke behoort tot de natuurlijke bestemming ervan. Zij momen ze niet vernietigen of verminken of ze op andere manier ongeschikt maken voor hun natuurlijke functies. . . . " 3). En wat d e staat betreft is de leer der rooms-katholieke ethiek : „ D e burgerlijke overheid bezit echter geen enkele rechtstreekse macht ovel de ledematen van haar onderdanen. Bijgevolg: waar geen schuld is en geen reden aanwezig is voor een bloedige lijfstraf, daar heeft zij nooit of nimmer de bevoegdheid om het lichaam rechtstreeks te verminken of er de hand aan te slaan om eugenetische redenen en niet om andere redenen" *). Het humanistische standpunt Het is moeilijker de humanistische houding tegenover huwelijk en eugenetica te beschrijven, dan de rooms-katholieke, omdat een specifieke humanistische ethiek niet bestaat. W a t in het volgende over het humanistische standpunt wordt gezegd, is voornamelijk gebaseerd op wat prof. dr. T. T. ten Have te Amsterdam hierover heeft gezegd op het weekend over Eugenetiek en Huwelijk, georganiseerd door d e Medische Studenten Faculteit in Utrecht in maart 1954. D e mens is schepper van eigen levens- en wereldbeschouwing. Hij is zelf de schepper van zijn eigen doeleinden en idealen, die hij zelf steeds weer toetst en keurt. Hij is geheel op zichzelf aangewezen als hij verbetering wenst in de bestaande situatie. Hij heeft het vermogen tot herschepping van het gegevene en zo hij ontevreden is met het bestaande, dient hij naar beste krachten dit vermogen te benutten om het betere — volgens zijn inzicht betere — te bereiken. In elk der levenssferen dient hij te realiseren wat bevorderlijk is voor het indivi^) voor 2) ») ')
Encycliek Casti Connubü, 1930. Uilg. Kath. Comité van de Actie God, pag. 36. Encycliek Casti Connubü, 1930, pag. 37. ld. ld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's