Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 22

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 22

2 minuten leestijd

10

H. WITTENBERG

gordels zijn opgesteld, nader te verifiëren, is in september 1958 het project Argus uitgevoerd. Hierbij zijn door een atoomontploffing elementaire deeltjes op een grote hoogte (ca 6000 km) in de ruimte gebracht; de kunstmatig opgewekte stralingsgordel werd gemeten met Explorer IV. b. Metingen betreffende meteorieten. De „Explorer"-satellieten I en III waren voorzien van twee middelen om de aanwezigheid van micrometeorieten te bepalen: a. met een microfoon in de wand van de satelliet; deze microfoon geeft een signaal als zij wordt getroffen door deeltjes met een diameter van 4 /J.^) oi groter, b. met kleine draadraampjes (1 cm^); de draden worden gebroken indien zij werden getroffen door deeltjes met een diameter van 10 /u of groter. Met de Explorer I werden van 31 jan.—12 febr. 1958 38 botsingen met de microfoon waargenomen (d.w.z. gemiddeld 1 botsing per 100 sec op 1 m2). In periode van 31 jan.-14 april 1958 werd 1 draad van de draadraampjes gebroken (1 botsing in 1000 sec per m^). Bij de Explorer III trad na 2 gebroken draden van de draadraampjes gelijktijdig een storing van twee onafhankelijke zenders op; men vermoedt dat een botsing met een grotere meteoriet heeft plaats gehad. Ten tijde van dit gebeuren passeerde n.l. een meteorietenstroom (samenhangend met de komeet van Halley) de aarde. Verschillende studies hebben uitgewezen dat de waarschijnlijkheid van een botsing met een grote meteoriet slechts klein is, zeker voor een ruimtereis van enkele dagen (b.v. naar de maan). Micrometeorieten komen echter veelvuldig voor en door hun grote snelheden kunnen zij het ruimtevaartuig beschadigen indien geen voorzorgen worden genomen. Voor een ruimtestation met een uitwendig oppervlak van 100 m2 is b.v. berekend dat een botsing met een meteoorsteen van 13^2 cm diameter slechts éénmaal per 200.106 uur zou plaats vinden. Wegens de enorme snelheid dringt deze meteoor echter 4 cm door in massief dural-materiaal. Het ruimtestation wordt echter 30 maal per uur getroffen door een deeltje met een diameter van 2,5 fj,.

') 1 (JL = 1 micron = 10-3 tmn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1960

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 304 Pagina's

1960 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 22

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1960

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 304 Pagina's

PDF Bekijken