Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116

2 minuten leestijd

88

L. BOSCH

ming der porphyrinen. Deze verbindingen vormen het grondskelet van het chlorophyl der groene planten als ook van enkele essentiële onderdelen der ademhalingsketen, de cytochromen. Photosynthese v*'erd mogelijk, waardoor een onuitputtelijke grondstof, n.l. het CO2, werd aangeboord en tevens electromagnetische energie in chemische energie kon worden omgezet. De vrijkomende zuurstof fungeerde vervolgens als acceptor voor de waterstof welke tijdens de biologische oxydatie via de cytochromen werd afgevoerd. Al deze voorstellingen, welke hierboven onvolledig en schetsmatig zijn weergegeven, laten niet na hun bekoring uit te oefenen op hen, die er onbevooroordeeld kennis van willen nemen. Voor verschillende onderzoekers vormen zij aanleiding de hypothesen te toetsen aan het experiment. Zo onderwierp Miller (2) mengsels van waterstof, methaan, water en ammonia gedurende vele uren aan continue electrische ontladingen. Nadien was hij in staat aminozuren en verschillende intermediairen uit de glycolyse en citroenzuurcyclus in het mengsel aan te tonen. Vele andere experimenten zijn gevolgd, waarbij men de omstandigheden uit de prebiotische periode zo goed mogelijk trachtte na te bootsen. Hoe boeiend het betoog over de autogeneratie van leven ook moge zijn, het schiet tekort zodra getracht wordt een beeld te geven van de vorming der eerste hogere moleculaire verbindingen. Op zichzelf is de vorming van een polypeptide uit een groot aantal aminozuren door toevallige condensatie geen onwaarschijnlijke gebeurtenis. Het gevormde polypeptide zal ongetwijfeld een zeer bepaalde samenstelling bezitten, gekarakteriseerd door de opeenvolging van zijn aminozuren en als gevolg hiervan zelfs een secundaire en eventuele tertiaire structuur (zoals wij die uit de moderne eiwitchemie hebben leren kennen) kunnen aannemen. Het is voorts zeer wel mogelijk en niet direct onwaarschijnlijk, dat dit molecuul door deze specifieke eigenschappen is toegerust met enzymatische activiteit. Kortom, de vorming van één enkel enzymmolecuul in de loop van miljoenen jaren, uit een oplossing van aminozuren van geschikte concentratie en temperatuur, eventueel verrijkt met anorganische katalysatoren, is geen zeer onwaarschijnlijke gebeurtenis. De kans op de vorming van twee identieke moleculen is echter aanzienlijk geringer, om niet te spreken van meerdere moleculen van eenzelfde type. De vraag rijst uiteraard onmiddellijk hoe heden ten dage het levende organisme in de ons omringende natuur tot deze unieke prestatie iri staat is. Wij zijn gewend aan de wetenschap, dat de levende cel vele

!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's