Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263

2 minuten leestijd

DE TAAL ALS MENSELIJKE UITINGSVORM

215

versity (U.S.A.). Deze wordt hier, zij het met een aantal modificaties en aanvullingen, tot uitgangspunt genomen. Een van deze aanvulhngen betreft een tweetal kenmerken, die in zijn opsomming ontbreken. Zij komen mij zelfs zo belangrijk voor, dat ik ze hier in de eerste plaats wil noemen. Het eerste kenmerk betreft het specifieke doel waartoe de taal gegeven is, namelijk als middel om de wereld rondom te beheersen. Het is vooral Venter (1961) die recent weer op dit aspekt van de taal heeft gewezen. Pas door het benoemen van de dingen verkrijgen deze hun gezicht. „Het woord maakt de werkelijkheid tot onze werkelijkheid" (Van Peursen, 1958). Voor het bezit van een taal is dus in de allereerste plaats niet het vermogen tot spreken noodzakelijk, maar het vermogen te kunnen onderscheiden. Een mens moet de benoembaarheid van de verschillende dingen in de wereld rondom hem kunnen onderscheiden, om ze vervolgens te kunnen benoemen. Deze strekking vinden we ook terug in het begin van het boek Genesis. De naamgeving van de dieren wordt éérst genoemd, daarna is er pas sprake van het kommunikatieve gebruik van de taal. Het vermogen onderscheid te maken in de wereld rondom, veronderstelt, in de tweede plaats, dat de mens er zich — althans in zekere mate — van bewust moet zijn wat hij doet. Een dier is zich niet bewust van wat het ziet en doet, de mens wel. Hier ligt dus een wezenlijk verschil, dat — zoals wij zullen zien — door het gehele taalgebruik heen een rol speelt. Het bewuste onderscheiden van wat zich in de wereld van het individu voordoet brengt ons als vanzelf op een derde kenmerk van de menselijke taal, namelijk de prodttktiviteit. Ieder nieuw onderscheiden ding kan een naam ontvangen. Op deze wijze zijn de verschillende gesproken talen tot stand gekomen. En ieder individu binnen een taalgemeenschap bezit nog steeds het vermogen iets te denken, te zeggen of te schrijven wat nog nooit eerder gezegd of gehoord is, maar dat toch door andere sprekers van dezelfde taal verstaan of verstaanbaar kan worden. Als een gibbon een vokaal geluid voortbrengt, is dat er een behorend tot een zeer beperkt repertoir van bekende klanken. De taal van de gibbon kan als gesloten worden beschouwd. De menselijke taal is permanent „open". Dit komt in onze tijd bijvoorbeeld tot uiting in de spontane manier, waarop de volkstaal iets kan gaan aanduiden („bromfiets" voor „rijwiel met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's