1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 250
202
G. A. LINDEBOOM
ten tijde van het vorige congres, waarop ik als congresvoorzitter een openingswoord mocht uitspreken i). Ik heb er toen voor gepleit om de statutaire omschrijving van het doel der Vereniging „de natuur- en geneeskundige wetenschap in haar gehelen omvang te beoefenen bij het licht van Gods Woord" op te vatten als: het stellen van de beoefening dier wetenschappen onder de kritiek van de Heilige Schrift. Spoedig daarop zou de grondslag der Vereniging in haar eigen boezem ter sprake komen. Het was namelijk steeds duidelijker geworden, dat de medische sectie weinig representatief was voor de Christelijke artsen in Nederland en onvoldoende armslag en bewegingsvrijheid had om hun opvatting in het maatschappelijk leven naar voren te brengen en uit te dragen. Toch lag ook dat in de doelstelhng opgesloten, want op de reeds geciteerde omschrijving volgt nog: „en de toepassing van die aldus beoefende wetenschappen op het sociale leven te bevorderen". Vanouds hadden de geneeskundigen steeds een groot aandeel gehad in de activiteiten der Vereniging. Onder de vier oprichters was slechts één man van de natuurwetenschap: Bakhuys Roozeboom; de andere drie, Hermanides, Den Houten en Keuchenius, waren artsen. Tientallen jaren overtrof het aantal medische leden dat van de natuurfilosofen. De bespreking van medische onderwerpen besloeg een groot percentage van het overigens niet indrukwekkend grote aantal pagina's van de oude jaargangen van het orgaan. Van de secties heeft eigenlijk alléén de medische een eigen leven geleid, dat ze volkomen vrijwillig enige jaren geleden heeft beëindigd. De medische leden hebben zich steeds volkomen thuis gevoeld in de Vereniging, ook al werd tientallen jaren achtereen de voorzittershamer niet aan één hunner toevertrouwd. Het was bepaald niet dit beleid, dat de Christelijke geneeskundigen toch het Verenigingsverband soms als een keurslijf deden gevoelen. Het ging er om, dat meer en meer de behoefte bleek aan een organisatie, die representatief was vóór — en kon optreden namens de Christelijke artsen in Nederland. Het bezwaar, dat een sectie van een grotere vereniging, die ook vele academici van andere studierichting telde, moeilijk als zodanig kon optreden, zou nog te ondervangen zijn geweest, door die sectie een grote zelfstandigheid te geven, waarin ze tevens een vereniging van Protestants-Christelijke artsen kon zijn. ^) Op 2 november 1956. Zie Geloof en Wetenschap 54 (1956), 267— 272.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's