Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 275

2 minuten leestijd

DE TAAL ALS MENSELIJKE UITINGSVORM

227

kon een afbeelding van een voet het begrip voet aanduiden, maar ook lopen gaan betekenen. Door enige beelden te verenigen kon men eveneens andere gedachten uitdrukken. Een mond met een stukje voedsel konden samen eten aanduiden. Bepaalde uitingen van een dergelijk pictografisch schrift vinden we nog tot in onze tijd, denk bijvoorbeeld aan een schedel boven twee gekruiste beenderen op bepaalde medicijnflesjes of aan vele van de moderne verkeersborden. Geleidelijk worden de tekens meer verbonden aan de naam, waarmee men de afgebeelde dingen noemde dan aan deze dingen zelf (ideografisch schrift). Een berg heette in het Soemerisch koer, en zo sprak men, als men het teken voor berg zag, onwillekeurig het woord koer uit. Het teken voor water noemde men a en dat voor mond ka. Een volgend stadium was dat de tekens meer met de betreffende klanken werden geassocieerd dan met de voorwerpen die ze aanduidden. Zo kon men het woord Koeraka schrijven door de tekens voor berg, water en mond achter elkaar te zetten en daarbij alleen op de klankwaarde te letten, niet meer op de beeldwaarde. Het ideografisch schrift werd zo tot een fonetisch schrift. Een laatste stadium behelsde een vergaande stylering en vereenvoudiging van de schrifttekens. Het is duidelijk dat de overgang van ideologisch naar fonetisch schrift het belangrijkste element van deze gehele ontwikkeling uitmaakte. Mason (1928) spreekt zelfs van „the most signal intellectual achievement ever attained by man". Hierdoor vielen de laatste hindernissen voor de ontwikkeling van het schrift weg. Zelfs woorden die de meest abstrakte begrippen aangaven, konden nu zonder verdere moeilijkheden op schrift worden gesteld. De gehele ontwikkeling van kunstzinnige afbeeldingen, via pictografisch tot fonetisch schrift, heeft een zeer lange tijd gevergd. De oudste afbeeldingen van dieren dateren, als reeds werd gezegd, uit het Aurignacien, en zijn ongeveer 100.000 jaar oud. Het hiëroglyphenschrift, dat pictografisch was, is ca 6.000 jaar oud. Omstreeks die tijd hadden ook de Soemeriërs nog een soortgelijk pictografisch schrift, waaruit men echter, op de boven aangeduide wijze, geleidelijk een bijna modern schrift ontwikkelde. Het echte alfabet bestaat nog maar om en nabij 3000 jaar. Hoe het schrift nadien de verdere uitbreiding van het menselijk beheersingsveld versneld heeft, behoeft hier niet nader beschreven te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 275

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's