1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 92
68
P. GROEN
drie hangen overigens ten nauwste met elkaar samen. Immers: aan de ene kant hebben de industrialisatie en de technisering de behoefte aan organisatie op alle levensterreinen doen ontstaan of versterkt. Anderzijds hebben de middelen der techniek, met name die van vervoer en telecommunicatie, de mogelijkheden van organisatie op enorme wijze doen toenemen en daardoor de organisering van de samenleving zeer in de hand gewerkt. • Ook in de wetenschapsbeoefening is organisatie thans een belangrijke factor, met name in die wetenschapsbeoefening die men „research" noemt. „Research" is 'n typisch modern woord, dat stamt uit de sfeer van het gerichte onderzoek, het onderzoek-in-opdracht, dus vooral uit de industriële sfeer. Het is vooral daar dat wetenschappelijk onderzoek 't eerst werd georganiseerd (intern). Pas later volgden overheidsinstituten en universiteiten dit voorbeeld en dan vaak nog maar ten dele. Dit organiseren houdt tweeërlei in: (1) Taakverdeling door specialisatie, team-vorming en afsplitsing van allerlei administratieve werkzaamheden, zoals bijv. documentatie e.d. (m.a.w. de vorming van een organisatorisch en administratief apparaat, dat de wetenschappelijke werkers veel niet-wetenschappelijke beslommeringen uit handen neemt). (2) Wat veel verder gaat, veel dieper ingrijpt: planning van de research; d.i. het organiseren van het onderzoek zelve, de strategie van het onderzoek, waarbij met het oog op de wensen van het bedrijf ook timing van het onderzoek optreedt. Uit deze ontwikkeling volgde de opkomst van twee nieuwe soorten van wetenschappelijke werkers: (1) de typische research-specialist; (2) de dirigerende figuur, de wetenschappelijke strateeg, die rekening moet houden met allerlei buiten-wetenschappelijke wensen en met het oog daarop het onderzoek dirigeert. Deze ontwikkeling is dus het eerst opgetreden in de industriële research. Maar de industriële research heeft zijn invloed ook uitgebreid tot in de universitaire natuurwetenschappelijke instituten. Enerzijds wordt, vooral in de natuurkunde en de scheikunde, de opleiding steeds meer gericht op de behoeften van latere tewerkstelling bij de industrie. Anderzijds zijn de industrieën en industrieel georiënteerde instituten er op grote schaal toe overgegaan research uit te besteden aan universitaire laboratoria. En daar kreeg men dan wèl de beslommeringen, aan zulke research verbonden, doch dikwijls niet die voordelen van voldoende rationele, organisatorische en administratieve voorzieningen, zoals de industriële laboratoria die hebben ontwikkeld;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's