Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 118

1 minuut leestijd

L. BOSCH

90

van het oorspronkelijke virus. Inderdaad, de biologische informatie van het virus schuilt in het RNA en de code, welke in deze hoogmoleculaire verbinding(en) ligt verankerd, bepaalt de samenstelling van CytOBin NH: I

^ \

M CH I II 0=C CH \N/'

I

N C

^/

HC 1 I HCOH OH

H^O.

HCO-' I C ^ OCH H P

OH 1 ^P 11"^ O

Adenin NH, I

Unoil OH I

Onanin OH I C-N;

\

C-N

CH

I

HC I HCOH I HCO\ I HCO—' I -OCH H

N I 0 =C

\

CH

11

CH

^<^\

N I HC

C-] II C-]

CH

\N/ I HC-

OH I -P 11^^ O

HCOH i HCO\ I HCO-' I ~^OCH H

OH I -P 11^^ O

HC I HCOH I HCO\

OH I HCO-'^P I II \ . . -OCH O H

Figuur 1 Fragment van een ribonucleïnezuur-molecuul. Het is opgebouwd uit 4 verschillende mononucleotiden, die via phospodiester-bruggen met elkaar zijn verbonden. Elk mononucleotide is een glycoside van ribose-5-phosphaat en één der basen: adenine, guanine, cytosine en uracil. RNA is dus een polynucleotide. het virus-eiwit. Een verandering van het eiwit, bijvoorbeeld door recombinatie van het virus-RNA met de eiwitmantel van een mutant, geeft na reproductie geen verandering in het RNA, noch in het gereproduceerde virus. Blijkbaar bestaat er een hiërarchische relatie tussen het nucleïnezuur en het eiwit en vindt d e informatie-overdracht slechts in één richting plaats. Dit principe schijnt algemeen te zijn, hoewel sommige auteurs ook d e informatie-overdracht in omgekeerde richting niet geheel willen uitsluiten. H e t is duidelijk, dat deze zeer recente onderzoekingen ook hun licht kunnen werpen op het vraagstuk der biopoesis. Allereerst kan men concluderen dat voor de synthese der proteïnen, althans in d e ons omringende levensvormen, de primaire aanwezigheid van z.g. biologische matrijzen (nucleïnezuren) vereist is, aan wier oppervlak d e synthese van eiwit tot stand komt. H e t valt dan ook moeilijk ons een voorstelling te maken van de vorming der allereerste proteïnen zonder de tussenkomst van deze matrijzen aan te nemen, en velen zijn geneigd de meest primitieve levensvormen, respectievelijk d e voorstadia daarvan, als nucleoproteïnen, bestaande uit nucleïnezuur en eiwit, op te vatten. Eenvoudige virussoorten worden wel als dergelijke voorstadia beschouwd, doch velen voeren als bezwaar tegen deze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's