1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 123
Chemische beschouwingen over het ontstaan van leven op aarde
95
gesynthetiseerde eiwit resulteert. De meeste proteïnen zijn samengesteld uit ongeveer twintig verschillende aminozuren, zodat het geheimschrift dat schuil gaat in de proteïnen een veel rijkere uitdrukkingsmogelijkheid schijnt te bezitten dan dat van het ribonucleïnezuur. Omgekeerd redenerende zou men dus kunnen veronderstellen, dat de primitieve moleculaire matrijzen uit de prebiotische periode weer eenvoudiger waren samengesteld dan de „huidige" nucleïnezuren, hetgeen de spontane vorming in de oerbouillon zou kunnen hebben vergemakkelijkt. Aangezien ons echter zulke primitieve informatiebronnen uit de ons omringende natuur niet bekend zijn, lijkt het voorlopig beter onze, toch al zo sterk speculatieve beschouwingen te baseren op de nucleïnezuren of polynucleotiden. Van betekenis is zeker dat ribonucleïnezuren van niet al te grote ketenlengte (b.v. 80 mononucleotiden) tot 85 C. kunnen worden verhit zonder vermindering van hun biologische activiteit te vertonen of waarneembare afbraak te ondergaan. Deze thermostabiliteit geeft hun ongetwijfeld een belangrijk voordeel boven de meeste proteïnen die, wanneer dergelijke temperaturen in de oerbouillon mochten hebben geheerst, zeker grotendeels irreversibel zouden zijn gedenatureerd. Men kan zich afvragen of enige experimentele verificatie van de vorming van polynucleotiden of haar bouwstenen onder omstandigheden, vergelijkbaar met die heersende in de prebiotische periode, mogelijk is gebleken. De reeds eerder aangehaalde experimenten van Miller (2) leidden wel tot de vorming van aminozuren, doch de analyse van het mengsel, dat gedurende enige tijd aan gasontladingen was bloot gesteld geweest, leverde geen adenine, guanine, cytosine of uracil op. Oró (17) toonde echter zeer onlangs aan dat adenine wordt gevormd wanneer ammonium-cyanide in waterige oplossing gedurende 24 uren op 90 C. wordt verhit. Het is dus aannemelijk dat zowel de bouwstenen der eiwitten als die der nucleïnezuren onder betrekkelijk milde omstandigheden kunnen zijn ontstaan, en het aantal experimentele bevestigingen zal nog wel toenemen. Zoals reeds eerder is opgemerkt zijn de gedachten uitgegaan naar eenvoudige virus-soorten als de meest primitieve levensvormen die in de loop van miljarden jaren zouden zijn ontstaan. Inderdaad bestaan zulke viren, voor zover bekend, voornamelijk uit nucleïnezuur en eiwit, doch zij zijn buiten de levende cel niet tot zelfreproductie in staat gebleken. Het kan niet worden ontkend, dat dit onvermogen de kans verkleint, dat de eerste organismen zich uit de viren hebben ontwikkeld. Een belangrijke vondst der laatste jaren, op grond waarvan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's