Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 143

2 minuten leestijd

HET VERTROUWEN

111

ken. We kunnen niet anders doen dan er omheen cirkelen en het hier en daar afgrenzen tegen andere verwante toestanden. Ik gebruik hier het woord „toestanden" en dit brengt ons al midden in de problematiek. Is het vertrouwen een toestand of is het een relatie? Dezelfde vragen die in de psychologie sinds von Brentano over het gevoel gesteld zijn. Vergeleken met het gevoel ligt het vertrouwen dichter bij de stemming, het gestemd zijn. Gevoelens zijn duidelijker gericht, in de stemming echter overheerst de toestand, hoewel we ook kunnen zeggen „afgestemd op". Zo ook bij het vertrouwen overweegt de toestand, vooral als wij het vertrouwen zo centraal mogelijk, als funderend voor het menselijk bestaan zien. Echter wat de intentionaliteit betreft is het de vraag of het leven, in welk aspect wij het ook benaderen, zonder intentionaliteit is, maar in ieder geval kunnen wij het vertrouwen zo centraal zien, dat wij van een fundamenteel zijnsvertrouwen spreken, waarin het toestand-zijn overweegt. Dit is dus een vertrouwen nog zonder een gericht-zijn-op-een-object. Wanneer we daarentegen spreken van iets of iemand vertrouwen, dan geeft dit duidelijk een relatie weer. Evenzo kunnen we spreken van zelfvertrouwen, waarin het vertrouwen een relatie weergeeft van een mens met zichzelf. Als we over het vertrouwen als relatie spreken, dan hebben we te doen met een afgeleid, meer perifeer vertrouwen. Wanneer wij van zijnsvertrouwen spreken, dan kan men zeggen het „zijn" wordt hier vertrouwd, en is het dus toch een intentioneel, een gericht vertrouwen. Echter „het zijn" wordt hier niet als abstractie gebruikt, als een zijnsbegrip uit de reflexie, maar hier wordt meer gedacht aan de totaliteit. Zijnsvertrouwen, centraal vertrouwen of oervertrouwen, steeds om aan te geven dat het vertrouwen niet te isoleren valt uit het totaal van de persoonlijkheid, dat het een gegeven is dat de gehele persoonlijkheid doortrekt, dat aan de reflexie ontsnapt. Dit centrale zijnsvertrouwen is zichzelf als gerichtheid niet bewust, het vertoont een overeenkomst met een toestand van rust, een toestand die zichzelf genoeg is, die niet naar iets anders tendeert, dat als toestand niet tracht zichzelf op te heffen, zoals het verlangen en de hoop wel duidelijk vertonen. Het zijnsvertrouwen kan in existentiële angst of vertwijfeling ondergaan, echter alleen als een passagere crisisverschijnsel. Zou het zijnsvertrouwen blijvend uitgeblust raken, dan is het leven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's