1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 146
114
W. MARSMAN
De vraag doet zich nu voor in hoeverre het fundamentele zijnsvertrouwen voorwaarde is, de mogelijkheid is voor het transcenderen in het Jenseits van het geloof. En tevens de vraag in hoeverre het geloof een gekwetst zijnsvertrouwen weer herstelt. Hier naderen we als psycholoog wel een uiterst precair gebied. Nog meer dan bij de benadering van het vertrouwen dreigt hier het gevaar dat het ons tussen de vingers doorglipt. Krachtdadige geloofstaal kan ons hier ook al niet veel wijzer maken. Vergelijken wij het zijnsvertrouwen met het geloven, dan is het duidelijk dat het zijnsvertrouwen de onrust, die het geloof kenmerkt, mist. Ik bedoel hier de onrust van het eventueel aangesproken worden. Het geloof staat in een dialectische relatie met „het gans andere" en met de gemeenschap (in casu de kerk). Over de relatie met het gans andere, kan de psycholoog geen gegevens verschaffen. Echter zal hem de spanning niet ontgaan die de mens in het geloven beleeft tussen het vreemde, het gans andere, en het vertrouwde. '* • Uit deze spanning zien we dikwijls een wanhopige strijd om zekerheid ontstaan. Vergelijken we nu „het vertrouwen" met „de zekerheid". Zekerheid omtrent iets of iemand veronderstelt een voorafgaande controle, zekerheid berust op motivering of argumentatie. „Zekerheid" zou men gemotiveerd vertrouwen kunnen noemen, dit is echter een contradictie, het vertrouwen is ongemotiveerd, onvoorwaardelijk. Zekerheid is relatief en veranderlijk, het vertrouwen is blind en onveranderlijk. Het afgeleide perifere vertrouwen is wel voorwaardelijk, ik kan namelijk iemand vertrouwen op grond van bepaalde ervaringen, echter het centrale vertrouwen is een overgave zonder restricties. De zekerheid speelt zich in de meer perifere lagen van de mens af, een gecompliceerde moeilijkheid ontstaat echter wanneer „zekerheid" zo diep in de persoon doordringt dat zij het karakter van een blind vertrouwen krijgt. De zekerheid hoort de twijfel als tegenspeler achter de hand te hebben. Een zekerheid, waarin de twijfel niet verdisconteerd is als mogelijkheid, ontaardt in een vertwijfeling of een waan. De zekerheid, of liever gezegd de toenemende onzekerheid is ook een cultuurhistorisch probleem. In vergelijking met de 20ste eeuw staat de 19de in het teken van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's