1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 28
16
A. H. ESSER
het Oedipuscomplex de wortel van alle cultuur. De psychoanalytische theorie nam daarom aan dat het Oedipuscomplex universeel is, in alle culturen voorkomt. Of de patricide nu al of niet historisch is doet niets ter zake, aangezien het ubiquitaire Oedipuscomplex er altijd in gedachten aanleiding toe zal geven. Freud voerde een collectief onbewuste herinnering aan om de aanwezigheid van het complex in alle mensen te verklaren. Roheim vond dit niet nodig en postuleerde dat de universaliteit van het complex kan berusten op intra-uterine ervaringen van de „dodende (castrerende) penis" van de vader (21). In onze westerse maatschappij zou tenslotte het Oedipuscomplex zo zijn aangepast dat een „vader'maatschappij met strikt incestverbod en een godsdienst met normatieve, uit het totemisme afgeleide, aspecten is ontstaan. Tot zover deze psychoanalytische hypothese, duidelijk ontleend aan unilineaire sociale evolutietheorieën. Zowel theoretische bedenkingen als ook feiten uit het veldonderzoek zijn hier tegen in te brengen. De tendentie in de klassieke psychoanalytische leer was het Oedipuscomplex als aangeboren en overerfelijk te beschouwen. Freud noemt dit complex wel geen instinct, maar behandelt het wel als zodanig (5). De overerfelijkheid van een verworven (hoewel misschien intrauterien verworven) eigenschap past echter niet in de evolutietheorie van Darwin, slechts in die van Lamarck. Jones, de eminente biograaf van Freud, acht de tot aan zijn dood toe volgehouden affiniteit van Freud voor Lamarck zeer merkwaardig (9). Een tweede bedenking is gelegen in de laatste regel van „Totem und Tabu": „lm Anfang war die Tat". Freud zegt namelijk in het laatste hoofdstuk over de patricide: „Vielleicht hatte ein Kulturfortschritt, die Handhabung einer neue Waffe, ihnen das Gefühl von Überlegenheit gegeben". Hier onderstelt de „mythologische daad" dus reeds een culturele vooruitgang, niet omgekeerd. Deze theoretische bedenkingen voeren niets in tegen het Oedipuscomplex als zodanig, dat ongetwijfeld in onze cultuur bestaat. Beter lijkt het me daarom het Oedipuscomplex te verklaren volgens de darwinistische conceptie: survival of the fittest. Dit verklaart dan moeiteloos waarom bij sommige volken géén Oedipuscomplex bestaat (16) en ook niet kan bestaan. Dit laatste is aangetoond door Ashley Montague (Coming into being among australian aborigines, 1939). Hij zette afdoende uiteen waarom de australische negers het physiologisch vaderschap niet kennen. Dit is niet omdat ze deze wetenschap hebben verdrongen — de mening van Roheim, die in zijn veldonderzoek de kapitale blunder maakte door als eerste begin de dromen te analyseren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's