Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

2 minuten leestijd

DE TAAL ALS MENSELIJKE UITINGSVORM

225

bijvoorbeeld ook de vraag gesteld in welke mate een sterkere ontwikkeling van de ene helft van andere gepaarde organen (b.v. oog, oor) ook invloed heeft op een overwegende rechts- of linkshandigheid. In het algemeen schijnen de verbanden niet zo eenvoudig te liggen als men wel heeft aangenomen. Daar ik in fysiologisch opzicht niet voldoende ter zake kundig ben, laat ik dit verder liever aan anderen ter discussie. De uitbreiding van het beheersingsgebied Gezien het direkte verband dat er bestaat tussen het beheersingsgebied van de mens en de menselijke taal, is het nuttig na te gaan hoe dit beheersingsgebied zich gedurende de ontwikkeling der mensheid uitgebreid heeft. Het gebruiken van osteodontokeratische werktuigen werd aangevuld door de toepassing van stenen werktuigen. Het Oud Paleolithicum volgde het Osteodontokeraticum. Hierin was van de stenen werktuigen de vuistwig het meest karakteristiek. Zij vormen min of meer de gidsfossielen van het Abbevillien en het Acheulien. In het Moustiérien treffen we ook nog veel kleine vuistwiggen aan, maar daarnaast gaan ook andere stenen van onregelmatige vorm een belangrijke rol spelen. Het meest opmerkelijke van dit Oud Paleolithicum is echter de lange tijdsduur welke het in het geheel van de menselijke geschiedenis inneemt: niet minder dan ca. 470.000 jaar, tegen slechts ca. 112.000 jaar van het begin van het Jong Paleoliticum via Mesolithicum, Neolithicum en Metaaltijd tot in het heden. Er is dus op de grens van Oud en Jong Paleolithicum, met het Aurignacien, een aanmerkelijke versnelling in de culturele ontwikkeling begonnen. Op tweeërlei wijze kwam de vooruitgang tot uiting. In de eerste plaats deed de paleolithische kunst zijn intrede. De chronologisch oudste kunstuitingen zijn sculpturen van mens en dier. Daarnaast verschenen graveringen en schilderingen, aangebracht in grotwanden, maar ook op losse stukken steen of been en op gebruiksvoorwerpen. De oudste fase hiervan bestaat uit verzamelingen rechte of gebogen lijnen, vaak aangeduid als „macaroni". Aanvankelijk werden deze vermoedelijk met de vingers in klei getrokken, later met een steen in een harde onderlaag gegraveerd. In een volgend stadium komen de eenvoudige diercontouren, in profiel weergegeven. Tegen het eind van het Aurignacien werden ook de eerste pogingen gedaan om tot een meer lichamelijke voorstelling van het dier te komen. De tweede belangrijke ontwikkeling was het te water gaan van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's