Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 272

2 minuten leestijd

224

A. A. MANTËN

worden aangetoond dat regelmatig van werktuigen gebruik werd gemaakt. Een zodanig gebruik van hulpmiddelen veronderstelt echter tevens dat de gebruikers in staat waren de situaties te voorzien waarin ze deze werktuigen nodig zouden hebben. Dit betekent een zich geestelijk weten te verplaatsen in ruimte en tijd. De verplaatsbaarheid is dus waarschijnlijk het kenmerk dat het eerst na het menselijk, d.w.z. bewust reageren op de omgeving een rol is gaan spelen. De Australofdthecinae De eenvoudigste mensachtige wezens waarvan ons overblijfselen bekend zijn, zijn de in zuidelijk Afrika gevonden Australopithecinae. Kan er in verband met deze wezens reeds van het bezit van een taal gesproken worden? Deze vraag werd door mij reeds eerder aan de orde gesteld, en toen positief beantwoord, zij het dan dat het waarschijnlijk werd geacht dat hun omgangstaal uit nog niet meer dan een hoeveelheid ongearticuleerde klanken en een arsenaal aan gebaren heeft bestaan (Manten, 1960). De in het voorgaande deel van dit opstel gegeven beschouwingen geven geen aanleiding hierop terug te komen. Het uitgebreid gebruik dat door de Australopithecinae van osteodontokeratische werktuigen werd gemaakt, is een duidelijke aanwijzing dat zij in zekere mate boven hun omgeving uitkwamen. Dit is meer dan van enig dier kan worden gezegd. Slechts over één van de argumenten, die in bovengenoemde publikatie werd aangevoerd, dient hier een reviserende opmerking te worden gemaakt. Gesteld werd namelijk dat ook de bij de Australopithecinae gekonstateerde dominerende rechtshandigheid kan wijzen op de ontwikkeling van een spraakcentnim in de hersenen (p. 129). Recente waarnemingen, aan katten verricht, hebben dit enigermate twijfelachtig gemaakt. De hersenen van katten laten zich struktureel namelijk goed vergelijken met die van de mens. Onlangs is nu de opmerkelijke waarneming gedaan, dat men zonder waarneembare ernstige nadelige gevolgen de linker of de rechter delen van de hersenen bij een kat kan verwijderen. Deze operatie had geen uitwerking op de voorkeur voor rechts- of linkshandigheid. Dit doet enige twijfel rijzen omtrent de oudere opvatting, dat linkshandigheid door de rechter hersenhelft zou worden gedomineerd, en omgekeerd, waarbij, in het geval van de mens, de andere hersenhelft het spraakcentrum zou bevatten. Verder onderzoek is in dit opzicht nog noodzakelijk. Dit geldt trouwens in meer opzichten. Fysiologen hebben

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 272

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's