Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 231

2 minuten leestijd

RERUM NOVARUM

187

zulk een organisatie kunnen ook belangrijke prikkels en adviezen uitgaan inzake actuele kwesties. De Roomse Christelijke artsen hebben in ons land sinds lang een organisatie met een veelal lezenswaardig orgaan. Ik meen, dat in onze nabuurlanden de Christelijke medici ook in verenigingverband waren georganiseerd. Waarom ten onzent niet? Om de antithese niet onnodig toe te spitsen, zal men zeggen. Dat is een argument, wat nu misschien kan gelden, maar vóór den oorlog niet zo tot ons sprak. Hekman heeft reeds op 24 november 1928 in een voordracht de „wenselijkheid van de oprichting ener Christelijke Artsen-organisatie" betoogd. Het resultaat van ampele besprekingen en een prae-advies van het Bestuur was, dat op 1 juni 1929 besloten werd tot een referendum, hetwelk de oprichting van de Medische Sectie, zoals wij die kennen, tengevolge had — doch eerst nadat Hekman nog eens gewezen had op de behoefte aan een organisatie der Christelijke artsen, „ die er naar zijn overtuiging ook zeker komen zal". Ik zou op dit ogenblik zeker niet onvoorwaardelijk voor het oprichten van een aparte Christelijke artsen-organisatie willen pleiten; maar wel er op willen aandringen, dat de Medische Sectie hechter wordt georganiseerd, zodat haar bijzondere plaats in het verenigingsleven beter tot uiting komt, en voorts, dat er middelen worden beraamd om dan ook alle Christelijke artsen aan te trekken, althans veel meer dan thans het geval is. Speciaal voor de medici geldt m.i., dat onze vereniging niet mag blijven een zuiver theoretisch reflecterend gezelschap, maar een organisatie moet worden, die, voor haar deel, ook tracht in te werken op het leven in de maatschappij. De beroepsbelangen werden ook voor de Christen-artsen door de Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst, die eerlang wel weer uit haar as zal herrijzen, over het algemeen voldoende behartigd; maar de Christen-arts heeft op zijn tijd toch zeker zijn woord te zeggen tot het Nederlandse Volk, een woord van vermaan, of een woord van voorlichting. Dat mag niet langer aan het particulier initiatief der artsen worden overgelaten, dat soms op tijd doorbreekt, soms echter achterwege blijft, op een ogenblik, dat het zeer gewenst zou zijn. Daartoe moeten alle Christelijke artsen in organisatorisch verband worden gebracht, hoe dan ook; op de ledenlijst van 1943 figureren onder de 226 leden 130 artsen. Van de 6 a 8000 artsen, die er in ons

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 231

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's