1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 154
122
J. A. VAN DER HOEVEN
„mijn terrein" of van andere eenheden: „chromosomen". En niet minder ook voor de „complexen", de „frustaties" e.d. Men moet erkennen dat dit „corps-objet" beantwoordt aan een conventioneel denken en dat het ons een grote dienst bewijst; men moet deze conventie echter niet gaan houden voor de realiteit. Het cadaver waarop ik obductie ven-icht, lijkt in grote trekken op mijn lichaam, maar het is het niet, het is dood. „Het corps-sujet". Gabriel Marcel heeft de relatie van het individu tegenover zijn lichaam zeer suggestief beschreven. „Ik heb mijn lichaam niet als een instrument, ik moet zeggen: ik ben mijn lichaam". „Er is een psycho-organische structurele eenheid, die wij lichaam noemen en die gerealiseerd wordt in onze gedragingen, onze gewoonten, onze gewaarwordingen, etc." Gewezen wordt ook op Merleau de Pontey, die mede onder invloed van Goldstein zeer juist beschreven heeft dit oorspronkelijke, waardoor het lichaam zich onmiddellijk manifesteert als „zijn in de wereld". De ziekte toont de structurele eenheid die zowel bij gezonden als zieken bestaat. In een zekere mate wordt voor de zieke zijn lichaam een corpus alienum, „il ne dispose pas de son corps que comme d'une masse amorphe". Het lichaam disponeert nu zelf. Dat is de paradox van het zieke lichaam. In het lijden voel ik het meest mijn lichaam als mijn eigen. Mijn zieke lichaam is mij dicht nabij en zoals degene die mij na staat mij meer kan doen lijden, zo is het ook met het lichaam gesteld. Sartre heeft gezegd: l'enfer „c'est les autres". Le corps de la maladie est precisement eet autre qui m'assiège et m'étreint d'une intimité mortelle, que je suis incapable d'arracher de moi-même. Mijn zieke lichaam vertelt mij ook, onthult mij ook „comme sujet", il est aussi corps-sujet. Dat betekent dat het lichaam antwoordt, niet alleen op een plaatselijke agressie, maar evenzeer op een algemene situatie, op een globaal conflict; er zijn zo dus „conduites de responsabilité corporelle" (Heynard), zoals b.v. in de hysterie; ook in de weerstand tegen de genezing etc. Dat betekent dat mijn zieke lichaam onafscheidelijk verbonden is niet alleen met mijn geweten, maar ook met mijn verantwoordelijkheid als mens in de maatschappij en dat mijn antwoord op de wereld zich reeds onmiddellijk in mijn lichaam afspeelt, zonder dat het noodzakelijk is dat mijn bewustzijn overdacht, officieel, hieraan deelneemt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's