Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 264

3 minuten leestijd

216

A. A. MANTEN

hulpmotor"), maar ook in de introduktie van steeds weer nieuwe woorden in de natuurwetenschappen. Doordat de mogelijkheden tot woordvorming in de menselijke taal welhaast onbeperkt zijn, bestaat er geen medium met zoveel overdrachtsmogelijkheden als juist deze taal. Dit stelt de mens in staat de wereld en zijn volheid in zijn geheel te beheersen. Deze beheersing zou, zoals ook Venter (1961) opmerkt, zonder deze mogelijkheid van overdracht veel meer beperkt en lokaal gebonden gebleven zijn. Een vaag begin van openheid in de taal is gekonstateerd bij sommige vogels. De Amerikanen Hubert en Mable Frings vonden dat bepaalde Amerikaanse kraaien niet alleen reageren op de gevaarskreten van hun soortgenoten, maar ook op die van een andere, verwante soort, waarmee ze periodiek in kontakt komen. Dieren bezitten dus een zeker vermogen tot het leren verstaan van een „vreemde taal". De genoemde kraaien brengen echter nooit eikaars geluiden voort. Het kontakt resulteerde niet in de uitbreiding van het klanken-arsenaal. Wel kan een gesloten arsenaal van klanken zekere veranderingen ondergaan, die leiden tot het ontstaan van territoriaal bepaalde dialekten, zoals de beide genoemde Amerikaanse biologen die vonden bij een bepaalde meeuwensoort in Europa en Noord-Amerika. Het primaat van te moeten kunnen onderscheiden en de gekonstateerde openheid van de taal illustreren dat het sociale aspekt van de menselijke taal secundair is, hoewel daarom niet minder belangrijk. Voordat een mens een woord voor kommunikatie kan gebruiken, moet hij het eerst zich eigen maken, of door het zelf te vormen, óf door het te horen, uiteindelijk van iemand, die dit zelf gevormd heeft. Een voorbeeld van het eerste wordt geleverd wanneer een kind bij het zien van trap van een „bovertje" gaat spreken. Woorden die door horen eigen gemaakt worden zijn veel talrijker. Maar zelfs het woord „mens" is niet bij alle leden van een taalgemeenschap gelijktijdig opgekomen, doch vond hoogstwaarschijnlijk zijn oorsprong bij één bepaald individu. Zelfs een feit dat een woord als „sputnik" bijna gelijktijdig over de gehele wereld zijn intrede deed, logenstraft deze bewering niet; het woord is uiteindelijk afkomstig van één bepaalde Rus (Venter, 1961). Zowel de taal als de wetenschap zijn mogelijk en kunnen zinvol bestaan ook zonder de sociale relatie (Van Riessen, 1959). Dit impliceert dat de finale betekenis van een woord gegeven wordt door degene die het gebruikt en niet door de hoorder, zulks in tegenstelling tot de opvatting van Diamond (1959), dat „Though a speaker may choose to employ those sounds (die hij uitspreekt) with

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 264

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's