1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 253
QUO VADIMUS?
205
toenemen tempo zal terug lopen. Er is nu een ander onderkomen voor hen, en welke drang zal er straks voor jonge artsen zijn om aansluiting te zoeken met natuurfilosofen? Vijfenzestig jaar geleden, — in 1896, het oprichtingsjaar — was de gehele constellatie totaal anders. De enige studiemogelijkheid lag aan de Openbare Universiteiten — slechts een klein getal gelovige studenten studeerde in de medische en de natuurfilosofische faculteit. Reeds daardoor geneigd elkanders gezelschap te zoeken, dreef ook het geestelijk klimaat hen samen. Het krasse materialisme en onvermurwbaar determinisme dier dagen werd zowel door Christelijke natuurfilosofen als medici als een ontzaglijke druk gevoeld en als een bedreiging voor hun geloof. In één hoek gedrukt met een geweldige problematiek, verbonden physici en artsen zich om aan de gemeenschappelijke dreiging weerstand te bieden. Hoe is thans alles veranderd! Het bijzondere, confessionele hoger onderwijs is erkend, wordt gesubsidieerd, bloeit. De tegenstellingen zijn verzacht. Het geestelijk klimaat is milder, waarschijnlijk mede door de werkzaamheid der bijzondere universiteiten. Maar dan toch zo, dat het de vraag is, of bij Kuyper onder het huidige algemene gedachtenklimaat het plan van de stichting van een eigen universiteit zou zijn opgekomen. De principiële problemen, die physici en medici gemeenschappelijk interesseren, zijn in de laatste halve eeuw minder geworden, en thans zeker niet talrijker dan bij voorbeeld die welke artsen en psychologen, physici en juristen gelijkelijk boeien. Natuurlijk willen Christelijke artsen met physici en chemici zich nog steeds gaarne bezinnen op problemen als de oorsprong van het leven en de opbouw van de levende materie — maar de gemeenschappelijke dreiging is verminderd en het gemeenschappelijke interesseveld versmald. Al dergelijke feiten en verschijnselen zijn factoren, die er op kunnen wijzen, dat onze Vereniging geleidelijk haar werfkracht voor medici zal verliezen en steeds meer vooral uit natuurfilosofen zal gaan bestaan, zich aldus meer en meer verwijderend van haar oorspronkelijke opzet. Vandaar dat er reden is te vragen: Quo vadimus? Het is nu de vraag, of men zulk een proces zich nu maar rustig moet laten ontwikkelen onder het aannemen van een afwachtende houding, dan wel of men zich reeds nu ernstig moet bezinnen op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's