Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 88

2 minuten leestijd

64

P. GROEN

fundamentele onderzoekingen der laatste jaren, op enige verschillende terreinen, niet als inventarisatie maar alleen als illustratie van de vorderingen, die ons weten in de laatste 30 jaren heeft gemaakt. Deze vorderingen zijn inderdaad niet gering. En het onderzoek gaat voort, met groter intensiteit en met meer middelen dan ooit! We zouden kunnen zeggen: ook de natuurwetenschap deelt in die algemene „welvaart", waar we hier in 't westen allemaal zo blij mee zijn. Toch is er een „maar". Ik wil eens even letten op het terrein der physica. Enorme vorderingen in de 30 jaren die verlopen zijn sinds 1930, inderdaad. Men zegt tegenwoordig vaak dat de vorderingen en ontwikkelingen op allerlei terrein exponentieel, explosief verlopen, en dat is inderdaad in vele opzichten waar. Maar als ik nu de vorderingen die ons theoretisch natuurkundig inzicht in de jaren '30—60 gemaakt heeft vergelijk met de vorderingen in de jaren 1900—'30, dan vind ik die van 1900—'30 (met relativiteitstheorie en quantumphysica) toch indrukwekkender dan die van '30—'60 (we mogen dit wel zeggen, geloof ik, zonder tekort te doen aan de belangrijke ontwikkeling van de theorie der kernkrachten, die de krachtvelden beschrijft door middel van een uitwisseling van elementaire deeltjes, een theorie die het Yukawa mogelijk maakte het bestaan van het pi-meson te voorspellen). In de laatste 30 jaren heeft de ontwikkeling van het theoretisch inzicht de vorderingen van het empirische weten niet goed bij kunnen houden, zo zouden we het, enigszins simplistisch, kunnen uitdrukken. Het zou wetenschapshistorisch zeer de moeite waard zijn dit „verschijnsel" eens nader te analyseren, doch dat zou heel veel onderzoek vergen. Ik zal mij niet wagen aan een „verklaring", doch ik geloof wel dat een en ander samenhangt met de achtergronden en tendenzen van het huidige natuurwetenschappelijk onderzoek en wil trachten even iets nader daarop in te gaan en te zien waarin de verschillen ten opzichte van vroeger liggen. 2.

Achtergronden

Wat verstaan we daaronder? Ik zou willen zeggen: zoiets als „voedingsbodem", en: „klimaat". Of ook: drijfveren en bepalende factoren. Welnu, drijfveren zijn er in het algemeen op z'n minst tweeërlei. Aan de ene kant is er namelijk als drijfveer de natuurlijke geaardheid van de mens, de in zijn scheppingsstructuur gegeven aanleg tot onderzoeken en naspeuren, een aanleg die onderdeel is van zijn gehele culturele habitus. Deze achtergrond van zijn wetenschappelijk bezig zijn zouden we ook kunnen aanduiden als zijn in staat zijn tot verwon-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's