Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 117

2 minuten leestijd

Chemische beschouwingen over het ontstaan van leven op aarde

89

ingev^'ikkelde reacties kan volvoeren door de aanwezigheid van enzymen, doch bij de biosynthese van de eiwitten doet zich het merkwaardig dilemma voor, dat deze enzymen allen voor het grootste deel zelf uit eiwit bestaan. Een tweede complicerende factor is het feit dat elk proteïne is opgebouwd uit ongeveer twintig verschillende aminozuren, welke in een voor het eiwit specifieke volgorde tot polypeptiden zijn gecondenseerd. Hoe nauw het luistert bij deze karakteristieke volgorde moge blijken uit de samenstelling van het haemoglobine. Normaal haemoglobine verschilt van dat van patiënten lijdende aan de erfelijke bloedziekte sikkelcel-anaemie slechts daarin, dat glutaminezuur op één enkele plaats in het molecuul vervangen is door valine. Voor de reproduceerbare vorming van een eiwitmolecuul, voldoende aan dergelijke hoge eisen van structuurspecificiteit, zou een zeer groot aantal enzymen benodigd zijn, nog afgezien van de bovengenoemde ontogenetische moeilijkheid dat enzymen zelf proteïnen zijn. Deze overwegingen leiden als vanzelf tot de voorstelling dat de cel over iets meer beschikt dan enzymen alleen, hoe specifiek deze op zichzelf ook mogen zijn. Sikkelcel-anaemie is een erfelijke ziekte en de veronderstelling ligt dus voor de hand, dat in de erfsubstantie van de cel de informatie schuilt, welke de reproduceerbare vorming van hoogpolymere verbindingen als eiwitten e.a. waarborgt. Men spreekt in dit verband over genetische of biologische informatie en het is, gezien deze vage formulering, gelukkig dat moderne onderzoekingen aan dit begrip een moleculaire basis en interpretatie hebben gegeven. Een bijzonder fraaie experimentele illustratie kunnen we ontlenen aan de onderzoekingen over het tabakmozaiek-virus (15). Dit staafvormige virus bestaat uit een kern van ribonucleïnezuur (in het vervolg kort aangeduid met RNA; figuur 1 geeft een voorstelling van een ribonucleïnezuurfragment) en een omhullende eiwitmantel. Men kan het virus ontdoen van de proteïnemantel en houdt dan het RNA over, dat op zichzelf tot infectie van de tabaksplant in staat is. Dit wijst er op dat de biologische informatie in het RNA van het virusdeeltje schuilt, en niet in het proteïne. Met chemische middelen is het mogelijk veranderingen in het RNA-molecule aan te brengen. Wanneer men daarna de plant infecteert met dit veranderde RNA, neemt men andere ziektesymptomen waar, en na enige tijd kan men uit de plant een enigszins gewijzigd virus (een z.g. mutant) isoleren. De aminozuursamenstelling van de proteïnemantel der mutant verschilt van die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 117

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's