Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 144

2 minuten leestijd

112

W. MARSMAN

niet meer mogelijk. Somber gezien balanceert de mens tussen angst en herwonnen vertrouwen. Echter het vertrouwen blijft het meest wezenlijke en niet de angst. Het vertrouwen is zichzelf genoeg zoals ik zei, dus in tegenstelling tot het verlangen en de hoop. Het verlangen rust niet voordat een gesteld doel bereikt is en kan eventueel in de vervulling zichzelf opheffen. De hoop leeft krachtens een gerichtheid op iets dat verwacht wordt, zij is op de toekomst gericht, het vertrouwen is veel minder op de toekomst gericht, het is zichzelf in het nu genoeg, het is eigenlijk tijdloos. Met het geloof heeft het vertrouwen gemeen dat het zonder controle, zonder argumentering bestaat, het transcendeert de empirie. Deze transcendering der empirie is in het vertrouwen nog „aards", nog niet verwijzend naar een „Jenseits", het vertrouwen is in die zin heidens. Een ander facet van het vertrouwen komt naar voren als wij ons afvragen hoe het vertrouwen zich openbaart wanneer wij de relatie van de mens tot het vertrouwde bezien. Wat bekend is, is vertrouwd. Wanneer wij ons in een bekende omgeving bevinden, dan komt die omgeving ons vertrouwd voor. Dit is een bekendheid, een vertrouwdheid, die niet berust op een objectieve kennis van zaken, maar op een zeer persoonlijke, intieme relatie. De mogelijkheid intiem-vertrouwd te zijn met de dingen zien wij duidelijk bij het kind; hier raakt het vertrouwd zijn de veiligheid. Veiligheid is afgeleid van „kudde", „behoeden", „beschermd worden". „Veiligheid" is dus een zekere vertrouwde afgeslotenheid temidden van gevaar, zoals ook de woning een veiligheid temidden van potentieel gevaar kan zijn, en zoals het gezin veiligheid voor het kind betekent. Het kind leeft in een tegen gevaar afgeschermde wereld, die door de ouderlijke zorg bepaald is en zo haar karakter van veiligheid heeft. Bij de volwassene kan zich duidelijk een heimwee voordoen naar deze vertrouwde, omsloten veiligheid van de kinderjaren, zij kan zelfs neurotisch geïdealiseerd worden. Mogelijkheid tot neurotische vlucht ligt hier voor de hand, maar tevens de mogelijkheid tot een geïnspireerdheid vanuit de vroegste herinneringen, van een intiem zijn met de dingen die de volwassene niet meer kent. Jeanne van Schaik-Willing in de Gids van juli 1955 schrijft hierover het volgende:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's