1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 157
13e SEMAINE D'ÉTUDE DE LA MEDECINE DE LA PERSONNE
125
overdenkingen bevatte, was zo geladen van zin tot zin, dat het niet wel mogelijk is in een verslag de kracht er van weer te geven. Toen de spreker overging tot het bespreken van de incarnatie, „de l'esprit dans Ie corps", was hij voor mijn besef vaak niet te volgen. Niettemin zijn mij een aantal dingen bijgebleven die de moeite van het overdenken waard zijn. Lichaam en geest zijn niet twee aparte „regions" van de mens, maar twee mogelijkheden. De mens is corps-esprit (in één woord), hij is ook om zo te zeggen twee mogelijke houdingen en deze attitude is die van het individu of die van de persoon. La prise en charge de ma corperéité amorce la prise en charge du monde entier; il s'agit du même geste, du même choix fundamental de ma part. Mijn lichaam is mij een teken, men zou kunnen zeggen: in zekere zin is mijn lichaam mij gegeven als een sacrament. In dit idee van sacrament moet men zien een opdracht, de opdracht om tot Gods glorie mijn aardebestaan op mij te nemen, de opdracht om als een „creature createur" door mijn arbeid mede de wereld te beheersen; dit is mijn geïncarneerde zijn, mijn zijn als persoon. De bewustwording van mijn lichaam verwijdt zich naar de mate van mijn vermogen tot het opnemen van mijn verantwoordelijkheid. Men moet trachten de paradox te begrijpen die in het personalistisch Christenzijn ligt. Enerzijds is het individuele lichaam waardevol (opstanding des vleses) en anderzijds wordt verkondigd dat het enige wat uitsluitend werkelijkheid is, het corps-universel is; de persoon bevestigt enerzijds de waarde van het lichaam en tegelijkertijd ontkent ze zijn grenzen. Dit is een schijnbare tegenspraak; wij worden er door verhinderd het corps-objet — met zijn zomersproeten, zijn maagzweer etc. waarvoor men de opstanding niet zonder lachen kan denken, — te verwisselen met het lichaam als betekenisvolle structuur, waarin deze zelfde eigenaardigheden en ziekten worden teruggevonden. Maar dan als teken of sacrament; zij worden tot personele dingen, inplaats van tot individuele dingen. Zo is de ziekte ook een teken en wij moeten onze zieken dat duidelijk maken. Dan komt niet de nobele resignatie der Stoïcijnen, waarbij in wezen het lichaam vijand is van de ziekte, maar er komt op een hoger plan een uitheffing boven het corps-objet, omdat er een verzoening mogelijk is met het lichaam; men neemt de ziekte voor zijn rekening door een definitieve keuze en dat is een keuze voor een geheel leven. Maar met mijn leven is het zo gesteld, dat het ziek en sterfelijk als het is, mij gelegenheid geeft om samen met de anderen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's