1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27
PSYCHIATRIE EN CULTURELE ANTHROPOLOGIE
15
schreef over de primitieve mentaliteit en voerde hier onder meer de begrippen logisch en praelogisch denken in. Storch wijdde een artikel aan „Das archaische-primitive Erleben und Denken der Schizophrenen", en zo zijn er nog velen te noemen. Opvallend is echter dat zelfs na de tweede wereldoorlog dergelijke beschouwingen verschijnen. Zo stelt Carothers dat het gedrag van de afrikaanse neger vergeleken kan worden met dat van patiënten die een frontale leucotomie hebben ondergaan *"). Het is fout en misleidend om de mentaliteit van de huidige „primitieve" mens als phylogenetisch jonger of ontwikkelingsmatig van lager niveau dan die van de westerse mens te beschouwen. De „primitieve" mens heeft ook een logisch denken ontwikkeld, alleen langs andere lijnen dan wij uit ons dagelijks leven kennen. Het verschil in ontwikkeling is geen niveau-verschil, maar een verschil dat wordt bepaald door de bestaande noodzaak die voor een bepaalde mensengroep bestaat. Terzijde zij opgemerkt dat in practisch alle zg. primitieve culturen geesteszieken zeer wel worden herkend en als zodanig worden behandeld (2). Iets anders is het als we de overeenkomsten zoals hierboven aangeduid willen zien als formele parallellen, allicht kan zodoende het psychologisch en psychiatrisch denken worden verruimd (27). Een tweede te behandelen hypothese is die welke het Oedipuscomplex als wortel van alle cultuur wil zien. Hier is een bespreking van de oorspronkelijke psychoanalytische cultuurtheorie op haar plaats. De basis ligt in „Totem und Tabu" (1913) van Freud. Deze gaat uit van de oerhorde (Darwin), het religieuse aspect van het totemfeest (Smith) en een eigen idee dat wilden, kinderen en neurotici alle een tendentie vertonen tot het identificeren van de vader met een dier, het Totem (Frazer). In de oerhorde was de vader oppermachtig en bezat alle vrouwen. De opgroeiende zoons werden uit de horde gestoten zodra zij zijn rivaal dreigden te worden. Doordat de zoons zich verenigden, lukte het hun de vader te verslaan, te doden en vervolgens op te eten. De zoons kregen spijt (ambivalentie) en kozen een Totem (meestal een dier) in de plaats van de vereerde en gevreesde vader. De gebleven vrees om hun moeders te bezitten leidde er toe exogamie in te voeren (incesttaboe), aangezien de zoons de angst voor hun vader (castratiedreiging) niet te boven kwamen. Het Oedipuscomplex zou de drijfveer tot dit gehele gebeuren zijn en omdat alle verdere ontwikkeling pas na de patricide mogelijk was, is *) J. C. Carothers: The afncan mind m health and disease (1953).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's