Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 69

3 minuten leestijd

PARANORMALE GENEESKUNST

49

verschil tussen hetgeen zich hier afspeelt en hetgeen in Lourdes gebeurt. Aldaar nl. heeft men geen middel onbeproefd gelaten om alle mogelijke en onmogelijke fouten uit te sluiten. Strenge voor-selectie wordt gevolgd door even zorgvuldig en uitgebreid na-onderzoek. Een goede wetenschappelijke en deskundige controle zou hier des te meer op haar plaats zijn als wij in aanmerking nemen waaruit het patiëntenmateriaal van de paranormale genezers bestaat. In het algemeen zijn dit nl. personen, die bij een medische behandeling geen baat hebben ondervonden of waarbij de artsen geen organische afwijkingen hebben geconstateerd, maar die zich niettemin ziek, vermoeid, lusteloos of uitgeput voelen. Anderzijds wordt hieruit meteen duidelijk op welke wijze de paranormale genezers aan hun successen komen. Deze soort van patiënten is immers in het bijzonder vatbaar voor suggestie. In dit verband is vermeldenswaard een interessant onderzoek verricht door Musaph bij „iemand, die tot de beste magnetiseurs in Nederland" wordt gerekend te behoren. Dit onderzoek bestond hierin dat men een scherm plaatste tussen de patiënt en de magnetiseur, die volgens zijn zeggen in staat was contracties in bepaalde spiergroepen teweeg te brengen. Het bleek nu dat de trillingen optraden op het moment dat de proefpersoon verwachtte, dat hij gemagnetiseerd werd en niet op het moment waarop de magnetiseur zelf aan de proefleider aangaf te gaan magnetiseren. Daarmee was het autosuggestieve effect bewezen. Een en ander klopt met de verklaring van Van Doorninck, dat het succes van een paranormale genezer niet in de eerste plaats afhangt van de aard van de ziekte, maar van de afstemming van de genezer op de patiënt en omgekeerd, de zgn. psychische correlatie. Ook wordt het zodoende begrijpelijk, dat de paranormale genezer zich niet waagt aan het genezen van ziekten als kanker, ziekten met algehele weefselvernietiging, besmettelijke ziekten of geslachtsziekten. In deze gevallen toch kan men psychisch weinig of niets uitrichten. De vraag mag gesteld hoe dan niettemin de grote toeloop naar deze soort van genezers dient te worden verklaard. Alvorens hierop een antwoord te geven wil ik U eerst in kennis brengen met het feit, dat men in de arbeidersgezinnen niet alleen minder bekend is met het bestaan van magnetiseurs, doch ook dat men in dat milieu een geringere bereidheid heeft om een magnetiseur te consulteren. Voorts bleek het Van de Vall bij zijn onderzoek dat de Protestanten, met name de leden van de Gereformeerde Gezindte, meer neigen tot het magnetisme dan Rooms-Katholieken en onkerkelijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's