Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 271

3 minuten leestijd

DE TAAL ALS MENSELIJKE UITINGSVORM

223

wijze hard bezig is terrein te verliezen. Dit hangt samen met een veranderde visie op het scheppingsverhaal, zoals dat in het boek Genesis is vastgelegd. Wij hebben in deze tijd weer leren zien dat de Bijbel als één geheel spreekt van Gods heilsgeschiedenis met betrekking tot de mens. Een notulaire geschiedschrijving van natuurwetenschappelijke aard is beslist niet wat het boek Genesis ons wil geven. Trouwens, ook bij Venter vinden we reeds opmerkingen, die er op duiden dat de gedachte aan een ontwikkeling van de taal hem niet vreemd meer is. Zo wijst hij er op dat iedere taalgemeenschap zijn eigen grenzen heeft, „die mens se taal word begrens of ingeperk deur die milieu wat hy bewoon, waarin hy beweeg en wat hy moet beheers." . . . . ,,die woordeskat van die Boesman (verskil) in baie belangrijke opsigte.... van die van die bewoner van die moderne grootstad." Hier raken we aan een zeer belangrijk punt. Woorden komen pas na de voorwerpen, handelingen en gebeurtenissen, die ze moeten aanduiden. Zeer duidelijk zien we dat in onze tijd, waarin de ontwikkeling van wetenschap en techniek steeds weer de noodzaak doen voelen van het invoeren van nieuwe, veelal nauw omschreven woorden. In het verleden was dat niet anders. „Voordat woorden als ,ploegen', ,zaaien' en .oogsten' in gebruik kwamen, moesten de desbetreffende handelingen er zijn en bewust worden verwerkt" (Teggart, 1918). De ontwikkeling van de taal is een direkt gevolg van de verruiming van het menselijk beheersingsgebied. Dit doet vermoeden dat van de genoemde kenmerken van het menselijk taalgebruik de dualiteit in de woordvorming het laatst zijn intrede heeft gedaan. Het is moeilijk in te zien hoe zulk een kenmerk gaat optreden, tenzij een taal zeer gekompliceerd is. Naarmate meer woorden een rol gaan spelen, neemt de neiging toe dat verschillende van deze woorden meer op elkaar gaan lijken, slechts van elkaar verschillen door de volgorde waarin bepaalde klanken worden samengevoegd. De traditionele overdracht kan eerst begonnen zijn nadat de menselijke beheersing van de omgeving zo ver gevorderd was dat hij de dingen door woorden aan zich begon te verbinden. Zij vereist daardoor reeds een openheid van de taal. Het begint hier opnieuw duidelijk te worden dat de individuele kenmerken van de taal ook historisch aan het gehele taalgebruik ten grondslag moeten hebben gelegen. Zekerheid over het feit of een fossiele mensachtige althans in zekere mate zijn omgeving wist te beheersen, bestaat eerst wanneer kan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's

1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 271

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's