1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62
42
A. C. DROGENDIJK
precies dezelfde vwjze kan worden opgevoed, zo is het ook met de zieke mens het geval wat betreft de geneeskundige behandeling. De arts zal de ene patiënt zus en de andere patiënt zo moeten aanpakken, want het mensdom is nu eenmaal zeer verschillend. Wat bij patiënt A zo in goede aarde viel, kan bij patiënt B beslist niet worden gezegd of gedaan en omgekeerd. M.a.w. onder geneeskunst verstaan wij ook „de medische aanpak", de kunst om met patiënten om te gaan, het winnen van vertrouwen. Hieruit volgt, dat naast de kennis de irrationele factoren de andere pijlers zijn waarop het gebouw der geneeskunst rust. Kennis van ziekte is nodig natuurlijk, maar even onontbeerlijk zijn geestdrift, toewijding, verantwoordelijkheidsgevoel, liefde en vertrouwen. Zonder deze, aldus prof. Van Rijnbeek, heeft al zijn cerebrale kennis en manueel kunnen, slechts de waarde van onvruchtbare machinale vermogens. Pas de bezieling door het transmateriële, door warmte van hart en gevoel, maken de afgestudeerde tot een ware geneesheer. Tot zover dan iets over het begrip geneeskunst. Onder paranormale begaafdheid verstaat men vooreerst het vermogen kennis op te doen zonder gebruik te maken van de zintuigelijke weg, dus zonder met de ogen iets te zien, met de oren iets te horen, met de handen iets te tasten of met de neus of de mond iets te ruiken en/of te proeven. Sinds onheugelijke tijden heeft men aan een dergelijke begaafdheid geloof gehecht. Occulte stelsels als magie (toverkunst), mantiek (gave der voorspelling), alchemie (goudmakerij), astrologie (sterrenwichelarij), theosofie (godwijsheid op pantheïstische grondslag), antroposofie (wijsgerige levensbeschouwing), christian science (genezing door het „Goddelijk Principe"), spiritisme (verondersteld verkeer met geesten van afgestorvenen), enz. zijn daarvan de bewijzen en talrijk waren en zijn dan ook nog hun beoefenaars. Met dit occultisme, afgeleid van het latijnse woord „occultus", dat verborgen betekent, waarmee het uitgestrekte terrein van bovengenoemde geheimleren wordt aangeduid, bemoeide de wetenschap zich tot voor kort niet. Hierin is in de laatste decenniën verandering gekomen. De schroom, in vele gevallen de afkeer, van de mannen der wetenschap voor allerlei vreemde en wonderlijke gebeurtenissen is langzamerhand overwonnen. Ook het geheimzinnige, het onverwachte, het oncontroleerbare gebeuren wordt thans als object van onderzoek aanvaard. De occulte verschijnselen, reeds zo lang het voorwerp van de meest willekeurige en fantastische beschouwingen, zijn in de laatste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's