1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 276
228
A. A. MANTEN
De gearticuleerde spraak Deze laatste zijweg stelt ons in staat duidelijker de enorme betekenis te zien van de Aurignacien kunst. Hier hebben we de eerste onmiskenbare aanwijzingen dat tenminste een aantal individuen het vermogen had verworven bepaalde elementen, als vorm, afmetingen, kleur enz. bewust af te zonderen van een groter taaibegrip, in casu het dier waarover men op magische wijze een zekere macht wenste te verkrijgen. Dit is een ontwikkeling geweest van minstens dezelfde, zo niet nog gewichtiger betekenis dan het isoleren van de klankwaarde uit pictografische resp. ideografische tekens. Hierdoor werd het mogelijk nieuwe waarnemingen in komplexer uitdrukkingen vast te leggen, uitdrukkingen gevormd door aaneenschakeling van meerdere begrippen. Zo kan een voor de waarnemer onbekend dier worden aangeduid met de term voor een hem reeds bekend dier, tezamen met een andere term, die het specifieke van het nieuwe dier aanduidde, bv. dat het zwart is, of in het water in plaats van op het land leeft. Het is duidelijk dat de gebruiksmogelijkheid van de taal hierdoor aanzienlijk verruimd werd. Bovendien, daar de kunstuitingen getuigen van een veel bewuster gaan zien van de omgeving, is de stap klein te veronderstellen dat er toen ook bewuster gehoord kon worden en dus ook bewuster gesproken. Dit opende de mogelijkheid de ruimere gebruiksmogelijkheid van de taal ook werkelijk te benutten. Het Aurignacien bracht zodoende niet alleen sterke uitbreiding van het beheersingsgebied van de mens en daardoor een welhaast noodzakelijke verruiming van het taalbezit, zij leidde vermoedelijk ook tot een effektiever gebruik van het vokale kommunikatievermogen. Het gevolg hiervan zal geweest zijn dat meer zorg besteed moest en kon worden aan het ten gehore brengen van de klankenreeksen. Er werden daardoor bepaalde eisen gesteld aan het beheer van het strottenhoofd en de monddelen, die invloed hebben op de vorm van keel- en mondruimte. Met andere woorden, het is niet uitgesloten te achten dat in het Aurignacien de ongearticuleerde spraak, waarbij willekeurige bewegingen van de spraakorganen niet of nauwelijks een rol speelden, door een gearticuleerde spraak vervangen begon te worden. Dit verruimde weer het beschikbare klankenarsenaal en daarmee de mogelijkheden tot woordvorming. Dat ook het nauwere kontakt met het water eisen stelde aan het beheer van ademhaling en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's