1961 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 25
PSYCHIATRIE EN CULTURELE ANTHROPOLOGIE
13
dier), later landbouwers (gebruik van de ploeg) en tenslotte handel, stedebouw, techniek. Voordat ik tot de bespreking van de sociale evolutiehypothese overga, lijkt het me juist om de onhoudbaarheid van bovenstaande theorieën aan te tonen. Neemt men van elke ons bekende cultuur aan dat deze (unilineair) de geschetste evolutiereeksen geheel of gedeeltelijk heeft doorlopen, dan stuit men op inconsequenties. De Eskimo's zijn jagers en vissers, maar staan in bepaalde opzichten technisch zéér hoog: kajakbouw, igloconstructie, ivoorbewerking. De Pygmeeën in Afrika staan economisch op een zeer lage trap, maar zijn in religieus opzicht op de hoogste trede: monotheïsme. „Wij mensen" van van Baaren geeft een uitstekend leesbare kritiek op de religieuse evolutiegedachte. In de culturele anthropologic is thans wel duidelijk dat voor een sluitende theorie over de ontwikkeling der mensheid nog tè veel moeilijkheden aanwezig zijn en dat onze kennis eigenlijk nog te schaars en te onbetrouwbaar is om verantwoorde generalisaties te maken. Hetzelfde geldt voor de unilineaire sociale evolutietheorie. Deze is voor de psychiatrie speciaal van belang, gezien de problematiek van mens en samenleving, waarvan de psychiaters een flinke portie hebben toegewezen gekregen. De vroegere theorie kan het beste aan de evolutie van de familie worden getoond en luidt ongeveer als volgt. In de oerhorde heerste promiscuïteit, daarna leidde de endogamie, het gebod om in de groep te huwen, tot consanguine familievorming. Met het later volgende roofhuwelijk trad op exogamie, verbod om in de groep te huwen. Door het aaneensluiten van de op deze wijze ontstane gezinnen ontstond het groepshuwelijk: groepen broers hadden hun vrouwen of groepen zusters hadden hun mannen gemeenschappelijk. Door striktere regulatie in deze groepen ontstond later de monogamie. Tenslotte zou in de westerse cultuvu* door verdergaande individualisatie het „vrije huwelijk uit liefde" een kans hebben gekregen. Een basis voor deze theorie werd gevonden in beschreven „survivals", heden nog bestaande vormen van samenleving bij „primitieve" volken. Aan de hand van enkele voorbeelden wil ik U laten zien dat deze overblijfsels niet als resten van een prehistorische samenlevingsvorm kunnen gelden. In de eerste plaats werd het Piraimi huwelijk in Australië voor een „survival" van het groepshuwelijk aangezien. Inderdaad staat de vrouw hierin sexueel niet alleen ter beschikking van haar man. Maar haar sexueel verkeer met andere mannen strekt zich alleen uit tot verwanten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 308 Pagina's