1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263
ENIGE OPMERKINGEN OVER RUIMTE, TIJD EN DIMENSIES
211
Men zegt vaak dat de dingen in „de ruimte" zijn en dat de gebeurlijkheden zich in de ruimte afspelen; alsof de ruimte iets was dat een bestaan heeft onafhankelijk van de dingen en de gebeurlijkheden, alsof men ook zou kunnen spreken van een ruimte met niets daarin (zonder daar nochtans een abstracte ruimte van de wiskunde mee te bedoelen). In het wetenschappelijke — natuurkundig zowel als wijsgerig — is dit echter een verkeerd spraakgebruik. De ruimtelijkheid van de fysische dingen en gebeurlijkheden is een fysische „hebbelijkheid" van de dingen en gebeurlijkheden en niet een zelfstandig kader waarin de dingen gevat zijn of een stramien waarop stof en straling geborduurd zijn. Ter verduidelijking van deze stelling letten we eens op het, aan het begrip „ruimte" ten grondslag liggende, begrip „afstand". (N.B. Steeds zullen wij bij ,,ruimte" en „afstand" niet aan de gelijknamige wiskundige begrippen denken — tenzij uitdrukkelijk anders is gesteld). De afstand van twee fysische dingen tot elkaar is een relatie van die dingen tot elkaar, een relatie die zelf fundamenteel-fysisch van aard is. Dat dit laatste het geval is blijkt het duidelijkst uit het feit dat in de diverse relaties die in de fysica beschreven worden het begrip afstand (zoals ook het begrip tijdsduur) een even fundamenteel-fysische rol speelt als het begrip massa, of met andere woorden, om in de taal der fysische dimensies te spreken — waarbij „dimensie" thans in de boven als tweede genoemde betekenis gebruikt wordt —, dat in samengestelde begrippen en formules van de fysica de dimensie van afstand (lengte) niet minder „fysisch" optreedt dan de dimensie van tijd en de dimensie van massa. Als we stellen dat de afstand van twee dingen een relatie is van die twee dingen tot elkaar, en niet iets van de „ruimte" „tussen" die twee dingen, dan vervalt daarmee meteen het oude probleem van de mogelijkheid van „actio in distans" (werking op afstand) als een schijnprobleem. De moderne natuurkunde heeft in de veldtheorie der materie, de theorie van de materie als veld, een behandelingswijze ontwikkeld, die berust op dit fysische karakter van de berippen afstand en ruimte. We zouden dus het begrip ruimte kunnen karakteriseren als aanduidende het geheel dier (mogelijke) relaties, die wij afstanden noemen, waarbij dan echter tevens moet gesteld worden dat dit een 3-dimensionaal geheel is en dus niet alleen afstanden impliceert maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's