1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 65
BIJBEL EN NATUURWETENSCHAP OVER DE TOEKOMST
49
Deze zijden zitten ongetwijfeld ook aan het vraagstuk. Het kan dan ook onmogelijk de bedoeling van de geschetste opvatting zijn, dat de wetenschap en de techniek het begin en het einde, het een en het al zijn. Daarnaast, daaromheen, daaronder moet er ook ethiek en politiek, wijsbegeerte en theologie, openbaring en verlossing zijn. Gód is het, Die verlost en de werkelijkheid in zijn hand heeft. Maar betekent dat, dat men in geen enkele zin van zelfverlossing kan spreken? En dat men als christen alleen maar geringschattend en aarzelend kan staan tegenover de ontwikkeling van de moderne wereld? Om antwoord op deze vragen te vinden moet men toch ook een paar andere dingen bedenken. Het meest fundamentele daarbij is, dat de mens — volgens het bijbelse getuigenis — een enorm sterke en belangrijke positie heeft gekregen, van Godzelf. Dit geldt vooral van het heilsproces: daar moet hij, van zich uit, door de Geest, ja-zeggen, beamen, ontvangen, aanvaarden, omhelzen en zich toeëigenen, in één woord: gelóven — zal hij deel hebben aan het heil. Hij kan het geloof ook weigeren. Dat beslist over zijn eeuwige zaligheid. Zo valt er in de levenstijd en in het hart van elke mens een beslissing, welke van eeuwige importantie is. Het is dan ook een goddelijke beslissing (verkiezing en verwerping) — alleen: in de gestalte van een zuiver menselijke beslissing. Het geldt echter niet alleen van het heilsproces. Het geldt evenzeer van het historische proces. De mens is beeld van God en zijn medearbeider. Al het werk van God (dat is ook de geschiedenis) wil ook de gestalte krijgen van het werk van de mens. Het werk, dat de mens verricht, is dan ook het werk van God. Zó wordt de mens er ook over ter verantwoording geroepen. Dat houdt tevens in, dat zowel het werk van God als het werk van de mens op een essentiële wijze ook dat profane, wereldlijke karakter hebben. Zij zijn tezamen bezig met de gehele geschapen werkelijkheid. Hun werk is niet puur religieus of alleen maar kerkelijk van aard. In deze visie op God, mens en wereld vinden de moderne wetenschap en techniek op een geheel organische wijze hun plaats. Ze zijn er dan ook, tot op aanzienlijke hoogte, historisch uitgegroeid. Het is niet puur God de Schepper, Die in de historische ontwikkeling van de wetenschap en de techniek aan de gang is. Deze ontwikkeling heeft zich voltrokken en volstrekt zich in de mede door het evangelie en de bijbel bepaalde, in de gekerstende cultuur. Het is ook God de Verlosser, Die er in aan de gang is. Het is ook realisering, uitwerking van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's