1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 84
64
J. P. VAN ROOIJEN
dit verschil, dat zij in hun gedachtengang reeds met millennia rekening houden, terwijl astronomen en physici in het algemeen miljoenen en miljarden jaren in hun calculaties verwerken. Uit geologisch oogpunt dient men een scherp onderscheid te maken tussen de gedaanteverwisselingen op de aarde, die uit louter natuurlijke processen resulteren, en wijzigingen, waarvan de oorzaak in menselijke activiteiten is gelegen. Met betrekking tot de eerstgenoemde veranderingen valt op te merken, dat zij zich tijdens de eonenduur van de aardse historie veelvuldig hebben voltrokken, zodat reeds op deze grond herhalingen verwacht zouden moeten worden. Daarbij voegt zich nog de omstandigheid dat juist de evenwichtstoestand in het huidige tijdperk der aarde labiel wordt geacht (2). De wijzigingen uit hoofde van menselijke beïnvloeding kunnen nog niet ten volle worden onderkend; waarschijnlijk zal het resultaat van de onderzoekingen tijdens het geophysische jaar ons daaromtrent meer bijzonderheden kunnen leren. Zo is het bijvoorbeeld nog een open vraag, of de langzame temperatuurstijging althans ten dele een gevolg is van de verhoging van het koolzuurgehalte in de dampkring, die op haar beurt weer voortvloeit uit de huidige intensieve industrialisatie. De voortgaande bodemerosie is voor de mensheid vermoedelijk een veel ernstiger kwaad. Onder natuurlijke omstandigheden ontstaat tussen erosie en bodemvorming een dusdanig evenwicht, dat de noodzakelijke voorwaarden voor het aardse leven op wondere wijze worden vervuld. Wanneer wij echter bedenken, dat de het leven beheersende pedosfeer nauwelijks dieper dan een meter reikt, beseffen wij aanstonds, dat een onoordeelkundig gebruik van de bodem tot een verstoring leidt, die een versnelde denudatie tot gevolg heeft en aldus de voedselproduktie in gevaar brengt (3). Van het gesignaleerde kwaad bespeurt men in Nederland vrijwel niets, maar hier staat een oude landbouwkundige ondervinding dan ook borg voor een deskundig bodemgebruik, terwijl de klimatologische condities en overige invloeden evenmin de erosie bevorderen. Elders daarentegen, en dan speciaal in minder ontwikkelde regionen, zijn de omstandigheden menigmaal veel ongunstiger, zodat een gevaarlijke denudatie gemakkelijk de overhand kan verkrijgen. Het behoeft wel nauwelijks te worden gezegd, dat een ongestoorde en zelfs sterk verhoogde agrarische cultuur voor de snel uitdijende wereldbevolking een dringende eis is, doch vooral in dit licht bezien zou met betrekking tot de bodem de allergrootste zuinigheid betracht dienen te worden. Hier toch kent
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's