1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81
BIJBEL EN NATUURWETENSCHAP OVER DE TOEKOMST door J. P. VAN ROOIJEN Terzake van hun toekomstverwachting convergeerden eertijds de meningen van de beoefenaren der natuurwetenschappen in deze zin, dat zij aan de geordende wereld een eindige bestaansduur toeschreven, ongeacht hun levensbeschouwing. Uiteraard kon in deze gelijkvormige visie allerminst een bevestiging van de bijbelse eschatologie worden onderkend en zulks te minder, omdat de „wereld" in de gedachtengang van astronomen en physici altoos het ganse heelal omvat, terwijl geologen en demografen hun overleggingen vrijwel of geheel tot de aarde beperken. Nochtans blijft het opmerkelijk, dat bijbel en natuurwetenschap in zoverre over de toekomst een eenstemmig geluid deden horen, dat het einde aller dingen zich na een zekere tijdruimte zal manifesteren en deswege in de ware zin van het woord „nabij" is. Wat het bijbelse getuigenis betreft, valt in dit verband allereerst te vermelden, dat de klassieke interpretatie omtrent een spontaan begin van het heelal in het algemeen en van de aarde in het bijzonder bij een gedurig verruimende kring van schriftgelovigen een wijziging onderging, en wel zodanig, dat evolutoire processen niet langer als antipoden van het christelijke dogma nopens de volstrekte creatie uit en door God mogen worden aangemerkt, waardoor bij wijze van spreken aan het bestaande een natuurlijk begin werd toegekend. Dan evenwel rijst als vanzelf de indringende vraag, of wij met de bijbel in de hand nog wel mogen vasthouden aan de traditionele opvatting, dat de tekenen der tijden een volstrekt tegennatuurlijk einde van het bestaande zullen inluiden. Gelijk wij nog nader zullen zien, verkrijgt men uit de schriftuurlijke gegevens ten aanzien van de toekomst veeleer de indruk, dat de Goddelijke intenties in een natuurlijk einde aller dingen zichtbaar zullen worden, zoals zij ook bij de aanvang van het wereldgebeuren tot openbaring zijn gekomen. Met betrekking tot het voormalige oordeel van de beoefenaren der natuurwetenschappen constateert men terzake van de toekomstverwachting naast een merkwaardige eenstemmigheid ook een vergaande diversiteit. Ten aanzien van de zich na een begrensde tijdruimte voltrekkende catastrofe bespeurt men namelijk een spreiding op basis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's