1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 25
BIJBEL EN NATUUBWETENSCHAP OVER HET VERLEDEN
13
Gen. 1-3. Evenwel bieden Rom. 5 en nog een enkele andere plaats uit het Nieuwe Testament voldoende grond om de historiciteit van Adam en Eva als stamouders der gehele mensheid aan te nemen, als dit laatste niet is af te leiden uit Gen. 1-3? De bedoeling van het voorafgaande is niet met Adam af te rekenen. Ik wil slechts wijzen op het ingrijpend karakter van de vragen, die ons bezighouden. Positieverandering op het ene punt kan leiden tot ongedachte consequenties en repercussies elders. Nu nog enkele concluderende opmerkingen. Het voorafgaande maakte duidelijk, dat het feit, dat men tegenwoordig grote aandacht heeft voor het menselijke in de Schrift, voor ons vraagstuk van grote betekenis is. Ik wijs er op, dat deze omstandigheid overigens ook van belang kan zijn voor andere vragen dan wij bespraken. Moderne mensen worden niet alleen bij het Bijbellezen voor vragen gesteld, die samenhangen met de ontwikkeling der natuurwetenschappen. Vooral niet minder ingrijpend zijn die vragen, welke de verhouding betreffen tussen bepaalde passages van de Bijbel en onze morele opvattingen. Uiteraard gaan we hierop niet nader in. Aan de andere kant heeft het voorafgaande ook willen tonen, dat we niet al te spoedig moeten juichen. Het letten op het menselijk aspect der Schrift kan juist ook weer nieuwe vragen doen opkomen. Gewezen werd al op de erfzondeleer. Ik noem nog een paar voorbeelden, die aantonen, dat we de proporties van de zaken die thans aan de orde zijn, niet moeten onderschatten. Over het algemeen zullen de deelnemers aan dit congres wel van mening zijn, dat de Bijbel ons laat zien, dat zijn schrijvers onder invloed stonden van kosmologische voorstellingen, die God niet normatief bedoelt te stellen voor ons. We duiden ze dan ook zonder bezwaar aan als „verouderd". Laten we er echter eens aan denken, dat een van de meest sprekende voorbeelden te vinden is in de Decaloog. In de 10 geboden, die in het Oude Testament worden voorgesteld als uitspraken Gods, is sprake van ,,de wateren onder de aarde". Bedient God zich van een verouderde kosmologie? Of — en zou dat dan toch niet waarschijnlijker zijn — dwingt het moderne schriftonderzoek ons over de oorsprong van de Decaloog anders te denken, dan velen van ons tot nu toe gewoon waren? Men kan in verband hiermee ook wijzen op de twee versies van de 10 geboden. En dan nog een tweede voorbeeld, dat wel zeer duidelijk maakt wat hier allemaal aan het rollen kan komen. Ik noem nu een heel centraal punt: het verzoenigswerk van Christus. Wat leert de Bijbel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's