1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 136
102
G. A. LINDEBOOM
Ook toen hij een zeer uitgebreide particuliere praktijk te verzorgen had, heeft Honig nimmer zijn oude fondspatiënten, bij wie hij zo lange jaren gedokterd had, aan anderen willen „overdoen": dat was voor hem een kwestie van medische ethiek. Talloze patiënten, rijk en arm, uit kerkelijken en wereldlijken kring, heeft hij door zijn persoon en werk ten diepste aan zich verplicht en levenslang aan zich verbonden. In de vroegere jaren van zijn praktijk schreef Honig met zijn vriend dr. C. Tazelaar een boek over ,,Het Huwelijksprobleem in leven en litteratuur" (1929), en vele, vele malen hebben de medicus en de litterator in heel het land vanuit hun Christelijke overtuiging samen over dat onderwerp een boeiende lezing gehouden. Honig had een zeer wijde belangstelling; zij omvatte een breed veld van wetenschap, en menselijk leven. Met name werd hij geboeid door de zielkunde en vooral door de wijsbegeerte. Tot diep in de nacht gaf hij zich dikwijls over aan philosophische studiën, zonder dat hij op het vroege morgenspreekuur de patiënten liet wachten. Met geestdrift kon hij daarover spreken (hoe bewonderde hij Brentano en hoe gaarne sprak hij bijv. over de Analogia entis!), en hij betreurde het, dat de grote drukte van zijn praktijk hem geen gelegenheid bood een blijvende vorm te geven aan het resultaat van zijn bespiegelingen. Honig's bijzondere gaven, zo zijn menskundig optreden en ruimheid van blik, zijn mildheid van oordeel en gemakkelijkheid van spreken, werden uiteraard spoedig opgemerkt en tal van verenigingen en instanties deden een beroep op hem. Zo diende hij als bestuurslid School en Wijkverpleging, als voorzitter de Gereformeerd Psychologische Studievereniging, als Curator het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam. Vele jaren was hij lid van het bestuur der Valeriuskliniek. In het Curatorium van de Vrije Universiteit nam hij in 1947 de opengevallen plaats van dr. J. Wessels in, en stond hij aan de wieg van de in 1950 geconstitueerde medische Faculteit, wier belangen hij gedurende een decennium als de „medische" Curator heeft bevorderd. Niet alleen in zijn uiterlijk, maar in heel zijn gedrag was Coen Honig een gentleman met hoofse manieren. Hij was ook een geboren causeur, en kon na een vermoeiende dag nog een groot gezelschap uren boeien met geestige verhalen uit zijn praktijk, die hij met onnavolgbare kunst en een tintelend oog ten beste gaf. Hoofd en hart, intellect en gemoed waren bij hem evenredig, en hoog ontwikkeld. Het medisch beroep toonde bij hem het gelaat van een officium
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's