Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 21

3 minuten leestijd

BIJBEL EN NATUURWETENSCHAP OVER HET VERLEDEN

9

nadenken komt er dan toch mogelijk enige aarzeling op, omdat we beseffen, dat het tot het wezen van de heilsopenbaring Gods behoort, dat ze plaats heeft in de geschiedenis. De Bijbel wil ons geen algemene waarheden meedelen, die van de tijd onafhankelijk zijn. Hij wil ons berichten van het heilshandelen Gods in Christus. De openbaring komt niet op uit de geschiedenis. Maar ze heeft wel plaats in dezelfde geschiedenis, die voorwerp is van wetenschappelijk onderzoek. We moeten er overigens op wijzen, dat de situatie op dit punt niet totaal verschillend is met die op andere gebieden. Het is niet alleen de historische wetenschap, die om de aangegeven reden te maken heeft met de H. Schrift. Immers de mens, waarop Gods heilshandelen is gericht, is de werkelijke mens, die voorwerp is van geneeskundig en biologisch onderzoek. Evenzo valt vanuit de Schrift licht over de wereld waarmee bv. de geologie zich bezighoudt, omdat de God, die we in Christus leren kennen als onze Schepper, de Schepper is van de concrete wereld, waarin we leven en die we wetenschappelijk bestuderen. Was dit niet zo, dan zou ons geloof althans met de genoemde wetenschappen niets te maken hebben. Anderzijds lijkt het me zeer de vraag, of hetgeen gezegd werd over het historisch karakter der openbaring moet leiden tot de opvatting, dat in de Bijbel nooit iets kan blijken van een deficient historisch inzicht of van een vergissing uit geschiedkundig oogpunt. Zou het onjuist zijn te zeggen, dat Mattheus zich vergist, als in zijn Evangelie gesproken wordt over Zacharia de zoon van Berechja, terwijl kennelijk een andere Zacharia wordt bedoeld? Ondertussen heeft het feit, dat Bijbel geen geschiedenisboek in onze zin is, nog andere consequenties. Meer en meer drong in „orthodoxe" kring de gedachte door, dat men in de Bijbel veel meer literatuurgenres moet onderscheiden dan vroeger werd gedaan en dat ook met name de boeken, die vaak als „historisch" werden betiteld, onderling nog weer zeer sterk in karakter verschillen. Dit hing samen met een groeiend inzicht in de „menselijkheid" der Schrift. Daardoor ging men letten op de overeenkomst tussen de Bijbel en de andere Oosterse literatuur uit dezelfde tijd. Men wijst er op, dat men de Bijbelboeken niet moet interpreteren naar de regels, die wij tegenwoordig stellen voor het verstaan van moderne geschriften. Men moet door vergelijking met de oude Oosterse literatuur het karakter van de Bijbelse geschriften proberen vast te stellen en ze dan interpreteren in overeenstemming met de bedoeling, die men in de tijd van het

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's