Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 162

2 minuten leestijd

120

A. L. JANSE DE JONGE

naar Calvijn. Deze ontving hem vriendelijk en bemiddelde voor hem om een goed reisgezelschap naar Montpellier te krijgen, 's Zondags hoorde hij Calvijn preken voor een grote schare. Hij kon echter de preek nog niet verstaan. In Montpellier aangekomen haast hij zich om kennis te maken met de vooraanstaande figuren uit de medische faculteit. Hij gaat eerst naar Rondelet, een van de meest vooraanstaande figuren van de medische school in Montpellier. Deze school was reeds bekend vanaf de 12e eeuw en uit alle delen van Europa kwamen studenten naar deze stad. Vader Thomas had goed gezien, dat het een voordeel voor Felix zou zijn, wanneer hij in Montpellier had gestudeerd. Een man die daar studeerde zou later in Bazel gerespecteerd worden. Hij maakte zich steeds zorgen over de toekomst van zijn zoon, omdat in Bazel reeds 18 gepromoveerde artsen werkz.aam waren. Achteraf bleek wel dat hij zich onnodig zorgen had gemaakt. Het huis van Rondelet staat nog in Montpellier, zij het dan ook in gewijzigde vorm. Rondelet had hier ruim 20 jaar tevoren Rabelais ontvangen, toen de laatste geneeskunde kwam studeren in Montpelher. Rabelais beschreef de verschillende figuren van de medische faculteit later in zijn boek „Gargantua et Pantagruel". Felix noemt vier hoogleraren die het recht hadden graden te verlenen. Dit waren Saporta, Rondelet, Schyron en Bocaud. Rondelet is het meest bekend, terwijl Schyron, wiens werkelijke naam was Esquiron, kanselier was in de dagen van Felix Platter, maar hij was toen reeds een oud man. Felix blijkt over het onderwijs in vele opzichten wel tevreden. Hij komt in aanraking met tal van nieuwe gezichtspunten en waardeert het bijzonder dat er regelmatig obducties worden verricht. In zijn dagboek noteert hij deze obducties steeds. Het blijkt in dit tijd ook moeilijk te zijn aan voldoende kadavers te komen, reden waarom af en toe door assistenten en studenten wordt overgegaan tot onwettige opgravingen. Felix beschrijft een dergelijke excursie waar hij persoonlijk bij betrokken was. Dit gebeurde in 1554, toen hij dus twee jaren in Montpellier studeerde. In de nacht gaan enkele studenten naar een buiten de stad gelegen klooster. Daar word een lijk opgegraven en met behulp van enkele handige manipulaties wordt het kadaver binnen de stad gebracht. De portier was niet wantrouwend, omdat hem een goede hoeveelheid wijn was aangeboden. Aangemoedigd door het succes van deze expeditie trachten zij het 5 dagen later opnieuw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's