1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 155
FELIX PLATTER, 1536-1614 door A. L. JANSE DE JONGE
De geschiedenis der psychiatrie vertoont, zoals ook bij de ontwikkeling der meeste wetenschappen het geval is, duidelijk perioden van bloei en van neergang. Zilboorg spreekt in dit verband zelfs van verschillende psychiatrische revoluties. De eerste periode van bloei valt, voor zover wij dit kunnen overzien, duidelijk binnen het bestek van de Griekse geneeskunde. Daarna was er een eeuwenlange periode van stilstand gekomen, die pas ten tijde van de Renaissance ten einde liep. Het nieuwe en waardevolle van de Renaissance bestaat — voor wat de psychiatrie betreft — vooral hierin, dat toen een klein aantal mannen naar voren gekomen is, die de strijd aanbonden met de demonologische opvattingen van die tijd. Het is bekend dat Johannes Wier (1515—1588) in deze groep een vooraanstaande plaats inneemt. Het grote probleem voor deze mannen — onder wie wellicht ook Paracelsus valt te noemen — is vooral de vraag geweest in hoeverre de demonische invloeden op het menselijk bestaan in bijzondere mate tot uiting kwamen in de geestesziekten. Juist de onderscheiding tussen natuurlijke en bovennatuurlijke oorzaken bracht op dit gebied de grootste moeilijkheden met zich mee. Het tijdperk van de Renaissance is namelijk niet alleen gekenmerkt door het begin van wetenschappelijke protesten tegen verouderde zienswijzen, maar evenzeer door de opkomst van de heksenvervolging en een overheersen van demonologische opvattingen. Ackerknecht is zelfs geneigd een verband tussen deze beide verschijnsen aan te nemen. Dit verband zou dan van dieptepsychologische aard zijn in die zin, dat enkele vooraanstaande figuren protest aantekenden tegen de oude opvattingen, maar omgekeerd andere leiders van de massa juist des te meer vervuld raakten van een panische angst voor de vrijere gedachtengangen en ter verdediging van het oude bloedige en gruwelijke maatregelen gingen nemen. Hoe dit ook zij, het is uit de geschiedenis van de Renaissance wel duidelijk dat deze beide aspecten voortdurend dooreengemengd zijn. Ook in de eerste tijd van de Reformatie zien wij nog telkens deze problematiek naar voren komen, zowel bij Luther als bij Calvijn. Het is genoegzaam bekend hoe ook Calvijn met deze vragen gewor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's