1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 211
PSYCHOLOGIE ALS SURROGAAT VOOR RELIGIE
165
Op het gebied van de pseudo-religie geldt 't woord van de Prediker: is er enig ding waarvan men zeggen kan: ziet, dat is nieuw. De dienst van de afgoden is oud en verouderd. Indien nu toch het gewaad van de psychologie om zo'n oude afgod gedrapeerd verontrusting of verwarring kan wekken, dan wil ik graag trachten deze te verminderen. Wat zijn de mogelijkheden tot dwaling bij de patient, degene die psychotherapie ontvangt? Daartoe moet ik U eerst vertellen welke moeilijkheden deze patient, indien hij „van Christelijke huize" is, ons oplevert. In de eerste plaats stoten wij op het taboe der sexualiteit. Hoe meer orthodoxie hoe groter het doodzwijgen van alles wat met sexualiteit te maken heeft, hoe strenger de veroordeling, hoe onmogelijker over deze begeerten en lusten te spreken (er zijn zelfs „geen woorden voor") ja zelfs er over te denken. Ik behoef U wel niet uitvoerig te schetsen, hoe tegelijkertijd deze verdrongen en gedehumaniseerde sexualiteit zich wreekt en storend optreedt op allerlei terrein waar wij hem niet zouden verwachten. De noodzaak om over deze verwrongen en mishandelde begeerte te spreken k^n op de patient de indruk maken dat de therapeut een afgodendienaar is: indien hij zo vrijelijk spreekt over zulke verachtelijke en gevaarlijke zaken zal hij het wel niet „bij woorden laten" en ook in zijn leven de god Eros dienen boven alle andere goden. M.a.w. de dokter is een „vieze dokter" zoals een van mijn patiënten mij letterlijk verweet en hij moet gezien worden als een gevaar voor de Christelijke ethiek. De patient kan de sexuele begeerte niet zien als gave en opgave maar alleen als boze „Macht" waartegen hij zich tot het uiterste zal moeten verdedigen. Zolang hij in deze krampachtige angst voor zijn eigen verlangens gevangen is, kan het ook niet anders of deze verlangens manifesteren zich als zij incidenteel tot doorbraak komen, in de vorm van infantiele en dus perverse uitingen die hem weer met te groter angst en afkeer vervullen. Daar hij alleen deze vorm van gedehumaniseerde sexualiteit kent, meent hij dat zijn therapeut ook aan deze afschrikwekkende en problematische vormen vervallen is of op zijn minst op onverantwoordelijke wijze deze voorspreekt. De patient beschuldigt de therapeut dus dat hij gevangen is onder de „Macht" van de sexualiteit. De sexualiteit is zeer zeker een Macht, die onder allerlei namen vereerd wordt en gevreesd sedert de zondeval. De sexualiteit is taboe, d.w.z. een kracht die grote ambivalente
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's