1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 334
270
P. MULLENDER
pen van quantitatief of extensief karakter wordt bijvoorbeeld ook geïllustreerd in het dagelijks leven. Als men het heeft over twea sinaasappelen waarvan de ene tweemaal zo groot is als de andere, bedoelt men dan dat de middellijn tweemaal zo groot is, of het volume en het gewicht? Ten slotte nog een enkel woord over tijdmeting, precieser de meting van tijdsduur. Ik wil hier niet diep op ingaan. Men kan hier vele interessante beschouwingen over lezen. Ik noem slechts het boek „La Valeur de la Science" van Poincaré. Op één ding wil ik echter wijzen. Hetgeen bij de warmtemeting reeds naar voren kwam, hoewel ik er niet uitdrukkelijk de aandacht op gevestigd heb, spreekt hier nog veel sterker: Evenals de warmtemeting teruggebracht wordt tot lengtemeting met gebruikmaking van bepaalde physische verschijnselen, wordt ook de tijdmeting tot lengtemeting teruggebracht. Het verband dat bij de warmtemeting vrij direct tot stand gebracht kan worden, is in dit geval echter veel minder direct. Men kan zeggen dat er een gehele theorie aan voorafgaat. De tijdmaat wordt ontleend aan de rotatie van de aarde om haar as en berust op de onderstelde eenparigheid van die beweging, zij het met correcties. Welnu, hoe kan men een eenparige beweging definiëren zonder tijdmaat? Het is duidelijk dat hier een belangrijk probleem naar voren komt, een probleem dat de grondopzet van de natuurkunde raakt. Bij eerste kennismaking met de natuurkunde schijnt het dat men daarin telkens nieuwe begrippen kan invoeren met corresponderende systemen van meting en maat en daarna een theorie kan gaan opbouwen. Het blijkt echter dat dit in het geheel niet het geval is. In het algemeen gaat het maatsysteem niet aan de theorie vooraf maar tot op zekere hoogte gaat de theorie vooraf aan het systeem van meting en bepaalt zelfs dit systeem. Men kan het verband tussen de wiskunde en de natuurkunde dan ook niet zo zien, dat door allerlei systemen van meting eerst allerlei physische grootheden geassocieerd worden met getallen en daarna wordt nagegaan welke verbanden er tussen die getallen bestaan, maar het is veeleer zo dat bepaalde verbanden in een theorie worden gepostuleerd en daarna, op grond daarvan, systemen van meting worden aangenomen. Zo komen wij vanzelf terug op de aan het begin gemaakte opmerking dat een physicus voortdurend bezig is getallen te verzamelen om ze in wiskundige formules te kunnen stoppen en de vraag rijst:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's