Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 32

2 minuten leestijd

20

J. R. VAN DE FLIERT

tienduizenden zo niet enkele honderdduizenden jaren oud zijn. Afgezien even van de vraag naar de betrouwbaarheid van deze getallen die een overigens merendeels onvoorstelbare tijdsduur aangeven, is het van belang op te merken dat men in het natuurwetenschappelijk denken tegenwoordig wel meent tot de conclusie te moeten komen dat de kosmos zoals wij die kennen niet alleen een begin heeft gehad, maar ook eenmaal een einde moet hebben **, een begin en een einde waarover, ondanks speculatieve hypothesen, niets betrouwbaars meer te zeggen valt omdat dit begin en ook dit einde vallen buiten de mogelijkheden der wetenschappelijke ervaring, hetzij dat een ervaring op grond van experimenten betreft, hetzij op basis van z.g. „historische" methoden, die echter op hun beurt ook altijd aan de ervaring gebonden blijven. De natuurwetenschap erkent met name in de tweede hoofdwet van de thermodijnamica, de z.g. entropiewet, een in één richting verlopende ontwikkelingsgang, een wordingsproces dus zelfs ten aanzien van het materiele aspect, dat in wezen een ontkenning van de idee van een eeuwige materie en van eeuwige „natuurwetten" inhoudt. Dat impliceert dus dat onze inzichten in de natuurwetmatigheden beperkt zijn omdat ze slechts gelden voor een beperkt gedeelte van een éénmalige ontwikkelingsgang. Met de erkenning dat de kosmische evolutie ook naar zijn fysisch aspect, voorzover dat binnen de ervaring valt, slechts een beperkt verleden heeft komt de natuurwetenschap natuurlijk niet langs de weg van een autonome gevolgtrekking tot de erkenning van God als Schepper van de kosmos. De natuurwetenschap kan Gods bestaan noch de schepping bewijzen. Hoogstens zouden we kunnen zeggen dat de natuurwetenschap altijd aan de tijdsorde van onze ervaring gebonden blijft en dat haar beoefenaars dus de grenzen der wetenschap overschrijden wanneer zij b.v. tot het postulaat van een eeuwige materie hun toevlucht nemen om de natuurwetenschap als onverenigbaar met het scheppingsgeloof voor te stellen. Intussen, ook al is er dus voor de natuurwetenschap van vandaag een grens aan het verleden waarover ze wat te zeggen heeft, dat neemt niet weg dat er voldoende overblijft waarover ze meent wel wat te zeggen hebben. In fysische tijd gemeten betreft dat dan altijd nog honderden tot duizenden millioenen jaren. ** Men zie b.v. het artikel van Hans Rohrbach: Wandlung im Denken der Naturwissenschaft. Geloof en Wetenschap, 59e jrg , nr. 7, 1961, p. 129—154.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's