Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

3 minuten leestijd

168

F. H. PRUIJS

Deze mensen zijn niet te helpen, zolang zij niet afstand durven te nemen van deze gevaarlijke zelf-misleiding. Het inzicht in deze veel begane dwaalweg kan ons er iets van doen begrijpen waarom Christus zo ernstig en zo fel, zo radicaal, men zou haast zeggen zo agressief, strijdt tegen en waarschuwt voor de Phariseërs en Wetgeleerden. Dit is geen historische secte, die toevallig in het begin van onze jaartelling in Palestina een bloeiperiode doormaakte, doch een dodelijk gevaar dat de kerk tot aan de jongste dag zal blijven bedreigen: hoe meer orthodoxie, hoe meer gevaar voor phariseïsme (men kan echter ook orthodox zijn in een vrijzinnige of dialectische traditie: „ist irgend ein dicker Hochmut denkbar als die eines gewissen Kierkegaardianismus?" — K. Barth.). Vanuit deze onbewuste hoogmoed, die natuurlijk ook een pantsering is tegen alle teleurstellingen en krenkingen (frustraties) die ook onze phariseïstische medemens niet worden bespaard, moet de therapeut wel gezien worden als een gevaarlijke verleider die zijn patiënten afvallig zal willen maken van „het geloof der Vaderen", De meest voor de hand liggende verdediging van de bedreigde patient is de tegenaanval: hij misbruikt de therapie om in hardnekkige pogingen zijn therapeut te bekeren en levert daarmee een droevige illustratie op van de gelijkenis van de balk en de splinter. Veeleer dan een pseudo-religie is de therapie in dit geval een middel in Gods hand om ons te redden van de pseudo-religie van het Phariseïsme. Wéér heeft dus een verwisseling plaats gehad, want de ware Phariseër is zich niet bewust van zijn phariseïsme, d.i. zijn surrogaat-godsdienst, doch hij meent God op de enigst juiste wijze te dienen. Hij waakt immers voor de zuiverheid van de leer en van de zeden, en moet vanuit deze verantwoordelijke positie de psychotherapie veroordelen als pseudo-religie en de diepte-psychologie verwerpen als een God-loze en Ik-loze psychologie. Hij ervaart de critische doorlichting van zijn schijnvroomheid als een aantasting van het werk Gods in hem, en begrijpt niet, dat de Godsdienst waarvan de therapeut hem wil bevrijden in werkelijkheid niets anders is als de dienst van het eigen ge-idealiseerde Ik dat als een afgod op de troon zit in zijn hart. En wéér zijn de verwijten die hij richt tot de psychotherapie: dogmatisme, verbalisme en fanatisme de projecties van zijn eigen fouten. De vrees voor de psychotherapie als een gevaarlijke vorm van pseudo-religie kan dus ook zijn: de vrees voor de ontmaskering van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's