1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 183
CONTRA NATURAM
141
Het geheel biedt een vrij evenwichtig overzicht, waarbij het alleen jammer is, dat de auteur, voor mijn besef althans, zo nu en dan in een schoolmeesterachtige trant vervalt, die irriterend kan werken. Hij rijgt dan vanzelfsheden aan elkaar, alsof het betoog voor eerstejaars leerlingverpleegsters is bedoeld. Bovendien is hij zo nu en dan in zijn betoog vrij slordig, bij voorbeeld op bladzijde 87, waar hij er op wijst, dat vaak wordt gezegd, dat vele homosexuelen zich tot kinderen aangetrokken gevoelen. Hier zou zich dan weer „het" vooroordeel wreken, want „er is geen sprake van, dat alle of de meeste homosexuelen speciaal neiging tot minderjarigen zouden hebben". Hiermede is immers allerminst aangetoond, of zelfs aannemelijk gemaakt, dat, wat dan vaak gezegd zou worden, ook onjuist is. Overigens blijkt ook uit deze bijdrage, hoe moeilijk en duister het vraagstuk van de homosexualiteit ook voor onze Christelijke psychiaters is. Men kan als arts soms den indruk krijgen, dat ook zij er geen raad mee weten en tenslotte maar in arren moede het advies van een vasten vriend geven, maar „vooral geen minderjarige". De bijdrage van prof. BIANCHI, hoogleraar in de criminologie, draagt tot titel: „de maatschappelijke aspecten van de homosexualiteit". De behandelde „maatschappelijke aspecten" zijn vrijwel uitsluitend tot het sociale vooroordeel beperkt. Dit sociale vooroordeel — het wordt bij herhaling gezegd — is in wezen het oordeel van een meerderheid over een minderheid. Het probleem van de homosexualiteit in de maatschappij is eenvoudig het probleem van een minderheid, zoals er nu eenmaal meer minderheden zijn — het probleem van een onderdrukte, niet erkende minderheid, die aan allerlei verdachtmakingen bloot staat. Die minderheid is volgens dezen schrijver nogal groot. De groep van echte homosexuelen (zij die zich voortdurend bewust zijn van een verlangen naar een gelijkgeslachtelijke liefdesverhouding) wordt door hem geschat op een orde van grootte als die van de bejaarden of de teenagers. Er zijn in deze bijdrage, waarin bewust het zedelijk oordeel over de homosexualiteit niet aan de orde wordt gesteld maar wel over de homosexualiteit als ziekte opmerkingen worden gemaakt, verschillende passages, waarbij men geneigd is een uitroep- of vraagteken te plaatsen, en andere, die wellicht beter achterwege gelaten hadden kunnen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's