Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 30

2 minuten leestijd

18

J. R. VAN DE FLIERT

stante kosmische wetsorde. Dit tijdelijk wordingsproces vormt de grond waarop zinvol over het verleden gesproken kan worden. Deze ontplooiing openbaart zich niet alleen in de ontogenie van ieder individueel mens, maar ook b.v. in de geschiedenis van de mensheid als geheel, in de beschavingsontwikkeling en zo ook in de wetenschap. Aan deze, als historisch te kwalificeren ontwikkelingsgang van het menselijk geslacht twijfelen we niet. Als christen kunnen we die zien als uitwerking van de z.g. cultuuropdracht door God aan de mens in het paradijs gegeven. Trouwens het gehele getuigenis van de Bijbel is ondenkbaar zonder besef van deze historische ontwikkeling zodat de evolutie-gedachte, beter: evolutie-werkelijkheid, een Bijbels christen niet vreemd is. Overigens mag daarnaast nog worden opgemerkt dat de idee van Gods vaste scheppingsordeningen aan het Bijbels getuigenis evenmin vreemd is. Deze summiere prolegomena raken slechts even aan de ontzaglijke werkelijkheid en de grote problemen die hier wijsgerig en natuurwetenschappelijk aan de orde zijn. Wie enigszins wijsgerig geschoold is en ook maar enige kennis bezit van de geschiedenis der natuurwetenschap weet dat met de vragen omtrent de verhouding van constantie en veranderlijkheid, van uniformiteit en evolutie * tot vandaag den dag toe een zeer diepingrijpende problematiek ter tafel ligt die het hart van de wijsbegeerte en ook de fundamentele principes der natuurwetenschap raken, een problematiek waarop ik om meer dan één reden niet breed kan ingaan, al zullen zaken die daarmee direct te maken hebben nu en dan ook in het vervolg van het betoog ter sprake gebracht moeten worden. De ontwikkeling van de natuurwetenschap behoort tot de geschiedenis der mensheid en is als zodanig ook deel van de geschapen kosmische evolutie, van het wordingsproces in de tijd waaraan het geschapene onderworpen is. Zij is dus ook met de schepping gegeven al is daarmee de vraag omtrent goed en kwaad bij de mens die zijn rol in die ontplooiing speelt, niet beantwoord. Maar voorop staat dat we als christenen tegenover deze ontplooiing, met de mogelijkheden van ontsluiting der schepping, ook wat het verleden betreft, zeer positief hebben te staan. Wij zijn dus met Kuyper b.v. alles behalve vijanden van de wetenschap, de natuur* Voor een oriëntatie worde onder meer verwezen naar R. Hooykaas, Natural law and divine miracle (A historical-critical study of the Principle of Uniformity in Geology, Biology and Theology). Uigave E. J. Brill, Leiden, 1959.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's