1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175
CONTRA NATURAM
133
dering van de homosexualiteit invoeren. Daarbij gaat het niet uit, gaat het praktisch nergens uit van de zin der geslachtelijkheid en van de geslachtelijke gemeenschap, als natuurorde, van het huwelijk als goddelijk gebod, maar het gaat uit van het abnormale, de homosexualiteit. Terwijl het uitgesproken uitgangspunt, met name bij de ethische waardering der gelijkgeslachtelijke liefde dient te liggen in de natuurlijke ordening en de goddelijke ordinantie, ligt hier het punt van vertrek schier over de gehele linie — zelfs in de theologisch-exegetische bijdrage — in het te beoordelen verschijnsel en gedrag zelf. Men komt dan voor grenssituaties te staan, en zoals daarbij altijd het geval is: in grenssituaties is het zicht slecht. Gaat men vandaaruit verder redeneren, dan komt men tot veralgemeningen, die bedenkelijk zijn. Situatie-ethiek is met de uiterste prudentie te hanteren! Het ontbreken van een principiële waardering van erotiek en sexualiteit, van geslachtelijkheid en huwelijk aan het begin van deze bundel geeft aan het geheel een enigszins week en ongrijpbaar karakter; zoals bij paarlmoer wisselen bij de lichtste beweging de tinten en reflexen. Prof. JANSE DE JONGE dan opent met een inleidende studie, dip
tot titel draagt: het raadsel der homosexualiteit. Hij schetst de actualiteit en de moeilijkheid van het probleem, alsook de reeds genoemde afweerhouding, hij tracht de gegevens te ordenen en de begrippen te benaderen. Met name hier vraagt men zich af, of aan de metaphysiek der geslachtelijkheid als het zingevend moment van haar beleving geen aandacht had dienen te worden geschonken. Het zou kunnen zijn, dat men eerst zó — en niet vanuit een nog weinig doorvorste psychologie der aberratie — tot een betere peiling der homosexualiteit kan komen. Maar gaarne zij toegegeven, dat een dergelijke voorstudie een moeilijke taak is, waaraan men zich licht vertilt. Janse de Jonge wijst er voorts o,a. op, dat men tegenwoordig niet meer kan (mag?) zeggen, „dat de sexualiteit een „drift" is en dat deze drift een zelfstandige autonome plaats in het menselijk leven inneemt". Uiteraard wil ik op gezag van den geleerden auteur gaarne aannemen, dat tegenwoordig door psychologen en psychiaters het driftmatig karakter van de sexualiteit wordt ontkend, of althans minder aanvaard. Anderzijds wil het me toch voorkomen, dat niemand beter dan de psychiater en de criminoloog weet, hoe sexualiteit en homosexualiteit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's