Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206

3 minuten leestijd

160

R. HOOYKAAS

Pascal heeft, in de lijn van de sedert de 16de eeuw ingezette wetenschapsvemieuwing wèl de eis gesteld, dat de wetenschap rationeel moest zijn, maar met felheid heeft hij de rationalistische aanspraken verworpen. Onze rede is niet de grondslag van de natuurwetenschap; zij bevat niet de waarheid in zichzelf, maar zij is een instrument, waarmee wij de natuur benaderen om haar te leren kennen. Deze nadruk op een natuuronderzoek dat noch rationalistisch, noch zonder meer empiristisch, maar rationeel-empirisch is, vindt men weerspiegeld in zijn tweezijdige houding tegenover de menselijke rede: als ge op haar pocht, dan zal Pascal haar vernederen, — als ge haar vernedert, zal hij haar prijzen. „De mens is slechts een stip in het heelal, maar hij overtreft het heelal, doordat hij weet, dat hij bestaat". Zo moet men ook het midden houden tussen aanmatigende zekerheid en moedeloze onzekerheid; „we hebben een onvermogen om te bewijzen, dat onoverwinbaar is voor het dogmatisme"; „\te hebben een idee van de waarheid, die onoverwinbaar is voor skepticisme". Niet alleen de rede, ook de autoriteit, zelfs de kerkelijke, kan niets veranderen aan hetgeen gedaan en hetgeen geschreven is. Tevergeefs hebben de Jezuïeten het decreet tegen Galilei bewerkt, want „dkt zal niet bewijzen, dat de aarde stil staat. Indien men betrouwbare waarnemingen had, die bewezen, dat zij draait, dan zouden alle mensen tesamen haar niet kunnen beletten te draaien en zichzelf niet kunnen beletten mee te draaien". Toch stelt Pascal hier geen „dogma" tegenover „dogma"; hij zegt niet, dat Copernicus beslist gelijk heeft; hij is een der weinigen onder zijn tijdgenoten, die (toenmaals terecht) niet beslist partij kiest vóór of tegen. De scholastieken en de cartesianen verwierpen het vacuum, o.a. omdat anders onbegrijpelijk wordt, dat het licht door het luchtledig van Torricelli gaat. Pascal stelt daar tegenover, dat de mens geneigd is te ontkennen wat onbegrijpelijk is en „dat het niet door ons vermogen om de dingen te begrijpen is, dat we over hun waarheid moeten oordelen", want dat „alles wat onbegrijpelijk is, nog niet ophoudt te zijn". De philosophen echter menen, dat wat men niet begrijpen kan, in de natuur ook niet aanwezig kan zijn, „om aldus hun ijdelheid te bevredigen door de waarheid te vernietigen". Als er geen enkele stof die onder het bereik van het zintuig valt in het ledig van Torricelli is, dan is het voor Pascal ledig, totdat men het bestaan van zulk een stof daarin aantoont. We mogen door onze fantasie geen materies scheppen waaraan alle eigenschappen toegeschreven worden die we willen verklaren. Wie heeft u de macht gegeven over de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's