Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 212

3 minuten leestijd

166

F. H. PRUIJS

spanningen oproept en die sterk besmettelijk (contagieus) is. De mens, die leeft onder deze macht vereert de sexualiteit als de hoogste lust, als de mogelijkheid om aan de Schepping zelf te participeren, doch tegelijk vreest hij deze macht als de drift die onvoorwaardelijk bevredigd moet worden, omdat de mens anders ziek zou worden of zijn zelfrespect zou verliezen. Of hij vreest de sexualiteit als de drift, die in de roes het bewustzijn kan overspoelen en de mens kan meeslepen naar de afgrond van het verderf waarbij alle moeizaam opgebouwde culturele verworvenheden ineenstorten of weggevaagd worden. Tegelijk echter kan hij niet loskomen van deze gevreesde vijand en blijkt uit zijn dromen of phobiën dat hij heimelijk de sexualiteit vereert. De logische tegenstrijdigheid van dit gelijktijdig aangetrokken worden door en vluchten voor dezelfde Macht, kan het feit van het bestaan van deze ambivalentie niet wegnemen. Wel is meestal slechts één van de componenten bewust, en de ander verdrongen, doch men kan soms uitingen beluisteren, waarin zij vlak naast elkaar voorkomen. De besmettelijkheid van dit taboe-karakter van de sexualiteit, brengt mee dat ook de woorden, die deze kracht aanduiden taboe zijn en a fortiori de man die deze woorden zakelijk hanteert. Hier is dus m.i. één van de wortels van het misverstand, dat de psychotherapie een pseudo-religie zou zijn, bloot gelegd: daar de therapie noodzakelijkerwijs onder meer óók over het sexuele leven van de patiënt handelt, wordt op de therapie het taboekarakter van de sexualiteit overgedragen en schijnt de therapie een pseudo-religie. Het tragische van dit misverstand is, dat hier een projectie heeft plaatsgehad: de patient projecteert zijn onbewuste gebondenheid aan en praeoccupatie met zijn infantiele sexuele wensen en vrezen op zijn therapeut. Niet de arts maar de patient is onder de Macht van deze gevreesde natuurkracht, en vereert de sexualiteit in het bizarre ritueel van zijn dwangneurose of offert aan deze god zijn nachtrust, zijn gemoedsrust en zijn vrijheid. Om geen misverstand te wekken: het gaat hier niet om mensens die een losbandig leven lijden, doch juist om mensen die schijnbaar bijzonder kuis en ingetogen leven. Zij durven echter niet te slapen, uit vrees voor hun erotische dromen, zij worden gekweld door raadselachtige schuldgevoelens, die in het onbewuste samenhangen met de oedipale verlangens, ze zijn niet vrij om te arbeiden en te genieten, omdat steeds weer deze normale situaties als boze verleidingen tot sexueel genot beleefd worden. Ongehoorde zelfkwellingen en Ik-inperkingen eist deze harde afgod van zijn slaven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 212

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's